De zin en onzin van het “schrijven”
«Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites, mais je défendrai jusqu’a
la mort votre droit a le dire»
Bijna driehonderd jaar geleden deed “Voltaire”
uitspraken die vandaag de dag nog altijd worden aangehaald. Sommige zijn zo
actueel dat je er van achterover slaat. Hij was zonder twijfel verstandig,
hoogbegaafd, briljant en misschien zelfs helderziende of alwetend. Ik zeg maar
wat, want ik weet het niet. Sinds het geschreven woord zijn er vele citaten
(van vele wijze mensen) die de tand des tijds wisten te doorstaan, de een nog
mooier dan de ander.
Aan de ene kant maak ik mij geen illusies. Over
vijftig jaar vind je mijn woorden vast niet terug. Hooguit in een doos op
zolder als “herinnering” bij een van mijn kinderen of (wie weet) kleinkinderen.
Ik let wel eens op “wat ik zeg of schrijf”, ik ben er gemiddeld niet op uit
anderen te kwetsen of voor het hoofd te stoten. Ik vind het eerlijk gezegd heel
leuk en vleiend als er wel eens complimenten volgen na een bijdrage op mijn
blog. Daar word ik zeg maar “ijdel” van. Maar ik maak me drukker over eventuele
taal- of stijlfouten dan over een politiek/emotioneel “correcte” inhoud. Zoveel
kwetsende dingen heb ik doorgaans niet te vertellen. Ik maak mij dan ook niet
druk dat ik in een ernstig conflict zal geraken door wat ik
toevertrouw aan het geschreven woord. Hoe dan ook, niets mag worden afgestraft
met Kalasjnikovs.