Toen ik mijn baan in Delft had
opgezegd en op zoek ging naar werk dichter bij huis, kwam ik er achter dat ik
nog niet zoveel hechting met mijn nieuwe woonplaats had. Ik miste mijn wortels,
kende heg nog steg en voelde heimwee prikkelen. Er kwam al snel een hondje,
mooie gelegenheid om de omgeving te leren kennen als ik met hem ging wandelen.
April 2013 stond ik gevoelsmatig op de top van de Mount Everest en verklaarde sterk en gelukkig te zijn. Wie "de Goden verzoekt" krijgt gehoor en ik kukelde van de berg met borstkanker 2.0. Ik bleef overeind en vond mijn weg terug naar de top. Ik besloot voortaan uit de wind te blijven. Tijdens Covid-19 blijkt het leven bar saai te worden. Borstkanker 3.0 klopt ongevraagd aan. Maar nu zijn er uitzaaiingen ...
dinsdag 10 september 2013
Westie Boris was mijn anti-heimwee medicijn
"Baddertijd voor de vogels" en "Roef ... poesje!"
Met lichte tegenzin liep Roef zondagochtend achter mij aan.
De deur was al achter hem dicht gevallen en een ontsnapping aan de regen was
daarmee een gepasseerd station. Onze dappere boxer heeft werkelijk geen enkele
haar op zijn rug die van water houdt. Regenplassen vindt hij al helemaal een
gruwel. Hij is en blijft een bijzondere hond. Twijfelend en met voorzichtige bewegingen
stapte hij door een regenplas.
zondag 8 september 2013
Mijn trouwdag was mijn ouders' "Grote dag"
Jammer dat Marco Borsato zijn mooiste nummer niet al had geschreven toen ik in 1996 trouwde. Ik was een papa's kindje en hij en mama waren minstens zo trots op mij. Als papa in die jaren niet al behoorlijk last van zijn longen had gehad en een groot deel van zijn stembereik was kwijtgeraakt, zou hij ongetwijfeld voor mij hebben gezongen: Marco Borsato: Dochters. Want ja, ook mijn papa kon heel mooi zingen.
Mama was onsterfelijk!
De jaren vliegen voorbij en opeens is het alweer twaalf en een
half jaar geleden. Als ik de jaren voluit schrijf, lijken ze een beetje op hoe
vreselijk lang dat al weer is. Twaalf en een half jaar geleden is het dus dat ’s
avonds de telefoon ging. Het was Ellen, mijn schoonzusje. Met verstikte stem
vertelde ze dat ze “HEEL ERG SLECHT NIEUWS HAD”. Het nieuws was zo slecht dat
het niet eens als ‘begrip’ in ons woordenboek voorkwam en al evenmin in onze
spreektaal. Een onmogelijke gebeurtenis sloeg de fundering onder ons bestaan in
één klap tot stof.
Mama was namelijk onsterfelijk, zij kon niet dood gaan. Maar
ondanks dit FEIT werd in de avond van donderdag 8 maart 2001 onze
begrippenlijst ongevraagd en zonder onze goedkeuring met een nieuw en ongewenst
begrip aangevuld.
Labels:
beschermengelen
,
hulp van boven
,
mama
,
onsterfelijk
,
Voorschoten
donderdag 5 september 2013
Mijn nieuwe ik
Van lastig kind naar steunpilaar
Dat de jaren voor mijn ADHD-diagnose bepaald niet makkelijk waren,
zal vooral voor lotgenoten met-diagnose-op-volwassen-leeftijd herkenbaar zijn. Na
het vallen van de diagnose bleken talloze problemen opeens verband met elkaar
te houden. Het werd een ongelooflijk intensieve klus om alle “trauma’s” alsnog
een plekje in mijn leven te gunnen zodat ik verder kon met mijn nieuwe ik.
Ik kan mij niet anders herinneren dan dat ik een lastig kind
was. In het rapportboekje van de lagere school staat met terugkerende regelmaat
de opmerking “Margriet moet béter opletten in de les. Ze weet nóóit waar we
zijn met de leesles”. Bij rekenen moest ik “beter mijn best doen”. In de vijfde
klas (tegenwoordig groep 7) volgden opmerkingen als “Margriet vraagt te veel
aandacht”. Volgens de leraar was mijn houding “opvallend” en wat concentratie betreft
“was ik snel afgeleid”. Op mijn laatste
rapport van de lagere school prijkt de opmerking “Soms wat eigenzinnig”.
Volgens mij ben ik nog steeds “soms wat eigenzinnig”. Nog
steeds ben ik makkelijk afgeleid en een aandachtsvrager ben ik ongetwijfeld ook nog
steeds (waar komt anders mijn blog vandaan!?).
Als mijn jeugd na 2000 was begonnen, zou mijn ADHD zonder
twijfel eerder zijn opgemerkt en van een etiket zijn voorzien. Zou mijn leven
dan anders zijn verlopen? Ik weet het wel zeker. Dan had ik mogelijk vaker iets
wel afgemaakt. Misschien was er dan minder vaak gezegd “Het is altijd wat met
Margriet”. Ja, dat was het ook. Er was altijd wel iets, eerlijk gezegd “nog
steeds”. Ik mankeer altijd wel wat en niet zomaar “wat”. Maar wist ik veel, kon
ik er wat aan doen?! Natuurlijk is dit allemaal “achteraf gepraat”. Ik heb er
vrede mee. Het is gebeurd.
Maar wat vind ik het nog altijd jammer dat mijn ouders de
diagnose niet hebben meegemaakt. Dan had ik hen kunnen vertellen dat ik vaak onwillig
en lastig was zonder dat ik daar echt iets aan kon doen. Het ontbrak immers aan
de juiste hulp en begeleiding. Helaas, die kans gaat er niet komen, maar het is
goed. Mijn leven is op de rails, de trauma’s zitten in mooie doosjes met
strikjes er om heen en het leven gaat door.
Mijn nieuwe leven heeft natuurlijk een algemeen bekende
nieuwe hobbel om overheen te komen. Een hobbel met de hoogte van de Mount
Everest, maar het lukt me vrij aardig. Mijn blog moest mij helpen mijn verhalen
van me af te schrijven en orde in de chaos te scheppen. Ook dat lukte, maar
sinds “borstkanker 2.0” doet mijn blog méér. Iets wat ik in mijn stoutste
dromen nooit had durven bedenken. Er zijn mensen, met name lotgenoten, die
gebaat zijn bij mijn verhalen. Gisteren mocht ik opeens mijn oncoloog toevoegen
aan de lijst van lezers voor wie mijn blog een meerwaarde heeft. Zij kreeg door
mijn verhaal inzicht in de impact die haarverlies en kaal worden heeft op
patiënten.
Via de statistieken van mijn blog kan ik zien hoe lezers op
mijn site terechtkomen. Ook kan ik zien waar mensen zitten. Mijn blog bereikt
de hele wereldbol. Ik heb lezers uit NL, maar ook de USA, België, Duitsland,
Denemarken, Frankrijk, Italië, Curaçao, Zwitserland, Zweden, Griekenland,
Argentinië, Noorwegen, Rusland, Spanje, UK, Servië, Oostenrijk, Australië,
Oekraïne, Zambia en Zuid-Afrika. Ik twijfel er niet eens meer aan dat ik niet
eens alle landen heb genoemd waar ik lezers blijk te hebben. Ze komen rechtstreeks
omdat ze mijn blog weten te vinden of ze komen via verwijzingssites. Tussen de gebruikte
verwijzingssites staat bijvoorbeeld de link naar de website van de NVZ (Nederlandse
Vereniging van Ziekenhuizen). Op een
forum van Elle Girl heeft laatst iemand de link naar mijn blog gezet. Het ging
over mijn stukje over de “de zogenaamde vakanties van Facebook-leden”.
Mag ik even jullie aandacht!
De grootste groep lezers die vanaf een andere website bij
mijn blog komt, komt echter via het blog van Lowie van Gorp. Zonder zijn blog met
daarop de vermelding van mijn blog waren mijn lezersaantallen nooit zo
gigantisch toegenomen.
Ook daarom vraag ik nu jullie aandacht voor zijn blog. Voor
wie het verhaal van Lowie en zijn gezin nog niet kent en al helemaal niet weet wie
KanjerGuusje was, volgt nu de gelegenheid daar achter te komen.
Ga naar: http://guusje-lowie.blogspot.nl/
Lowie komt 2 november 2013 met zijn tweede boek “We houden
je vast”. In dit boek vertelt Lowie hoe hij en zijn gezin het leven hebben
opgepakt nadat Guusje haar grote reis begon naar een pijnloze dimensie. De
opbrengst van de verkoop blijft niet aan strijkstokken hangen. Het gaat via
stichting Kanjer Guusje (http://stichtingkanjerguusje.nl/)
naar een goede bestemming. De stichting ondersteunt de zorg voor kinderen met
kanker en hun naasten.
Dus kom op lezers. Koop allemaal het tweede boek van Lowie.
Koop het voor jezelf of koop er meer. Geef ze cadeau. Is de draagkracht te
laag, dan ligt het ongetwijfeld straks net als het eerste boek, bij de
bibliotheek. Maar als het even kan … kopen!
woensdag 4 september 2013
Oncoloog leert van (mijn) blog
![]() |
| 4 september 2013 'ik droom niet!' - dit is écht mijn eigen haar! - |
zondag 1 september 2013
Kankeren – het werkwoord
Toen ik afgelopen maandag ’s-avonds de poort opende om de hond
uit te laten, kwam onze dochter net thuis van een vriendin. Ze vroeg of ze mee
mocht. Bijzonder, want dat wil ze bijna nooit. Ze begon te praten en vertelde
over een leraar die ze vorig jaar aan het begin van het jaar wel aardig vond
maar inmiddels niet meer. Hij blijkt een werkwoordelijke vervoeging van kanker als
‘stopwoord’ te gebruiken. Hij verwijt de leerlingen in zijn klas dat ze ‘lopen
te kankeren’.
Marieke vindt dit niet normaal. Ze begrijpt het niet. Al
helemaal niet omdat deze docent op de hoogte is ‘dat haar moeder borstkanker
heeft’. Maar ze begrijpt het ook niet om andere redenen. “Mam”, zei ze “die man
is al zeker vijftig. Zoiets doe je toch niet als je al zo oud bent. Dat zeg je
toch niet tegen kinderen?!”.
Ze heeft groot gelijk. Zij is bovendien niet de enige die
het opvalt. Ze had een vriendin/klasgenoot in haar nieuwe klas verteld over
zijn taalgebruik. Al tijdens een van de eerste lessen van het nieuwe schooljaar
gebruikte hij het werkwoord opnieuw tegen zijn leerlingen. Marieke vertelde hoe
zij en haar vriendin elkaar verbijsterd aankeken. Vervolgens vertelde ze hoe
deze docent aan de klas vroeg wie er al een onderwerp wist voor zijn/haar
profielwerkstuk. Marieke vertelde dat zij en haar vriendin ‘borstkanker’ als
onderwerp hadden gekozen. De docent vertelde vervolgens aan de klas dat Marieke
daar een heel goede reden voor heeft … Deze ongevraagde aanvulling maakte de
verbijstering van Marieke nog groter. Vlak na het gebruiken van dat voor haar
onbegrijpelijke werkwoord benoemt hij immers de ziekte zelf als iets heel ergs.
Ze vroeg mij wat ze moest doen.
We spraken af dat ze het bij de mentor, die ze gelukkig goed
kent, ter sprake zou brengen. Als dit niet zou helpen, beloofde ik het hoger op
te zoeken. Eigenlijk vind ik dat dit per definitie moet gebeuren want een
docent die zijn of haar leerlingen zo aanspreekt, vind ik niet kunnen. Schelden
en vloeken hoort niet. Dat proberen we dan ook onze kinderen bij te brengen.
De eerlijkheid gebiedt mij op te biechten dat ik ook wel
eens scheld en/of vloek. Meestal lukt het mij een synoniem te gebruiken.
Afgelopen week faalde ik groots na de zoveelste aanval van de zoveelste wesp
die mijn kamer op kantoor was binnengedrongen en mij steeds opnieuw
inspecteerde. Collega’s aan het einde van de gang hoorden mij vloeken. Ik was
behoorlijk geprikkeld. Mijn hartslag gaat nu al omhoog als ik bedenk dat het
feest morgen weer opnieuw begint.’Mijn raam dicht houden’ heeft geen zin. Ze
komen namelijk van de andere kant van het gebouw waar vanwege het mooie weer de
ramen openstaan. Het parkeerterrein aan die kant van het gebouw wordt versierd
door vruchtdragende bomen waar blijkbaar talloze wespennesten in huizen. Al
jaren komen we verdwaalde exemplaren in onze kantoren tegen, maar dit jaar zijn
het er onevenredig veel meer.
Het lukt mij niet continue te onthouden dat ik de deur van
mijn kamer dan maar dicht moet doen. Ik mis ook het begrip waarom juist ik mijn
deur dicht moet houden. Die beesten komen niet via mijn raam naar binnen. Het
lijkt mij effectiever als alle ramen aan die kant van het gebouw potdicht
blijven. Maar dat is blijkbaar teveel gevraagd. Mijn teruggekeerde fobie voor
wespen is mijn probleem. Jarenlang had ik mijn fobie onder controle, maar is nu
in volle hevigheid terug. Maar goed dat is een andere discussie. Er zijn in
ieder geval geen kinderen in de buurt als ik mijn onbeheersbare angst en schrik
– op een ongewenste manier – uit. In de kast heb ik nog wel wat oxazepammetjes
liggen om rustig te blijven gedurende de aanvallen die mijn concentratie
onderuit halen.
Terug naar de docent. Deze docent geeft Nederlands en heeft
inmiddels de leerlingen laten weten dat ‘kankeren’ een officieel werkwoord is.
Daarin heeft hij gelijk. Kankeren staat in het woordenboek. Het Groot
woordenboek van de Nederlandse taal 14 van Van Dale zegt er het volgende over:
kan·ke·ren
kankerde;
is en h. gekankerd
(1401-1500
‘invreten, voortvreten’) van kanker
|
||||
woordvormen
|
||||
I
|
onovergank.
werkw.
|
|||
1
|
·
|
|||
2
|
·
|
|||
3
|
·
|
hij loopt
altijd te kankeren
|
||
3
|
·
|
zij zat
altijd op me te kankeren
|
||
II
|
overgank.
werkw.
|
|||
1
|
·
|
In ieder geval is het een omgekeerde wereld wanneer kinderen
hun docenten en/of volwassenen moeten aanspreken op hun taalgebruik. Ruim
dertig jaar geleden sprak ik ook een docent aan op zijn gedrag. In de gang bij
de conrector begon hij aan zijn boterham. Leerlingen mochten ook in die tijd alleen
eten en drinken in de aula of buiten de school. Poeslief vroeg ik hem of op docenten
andere regels van toepassing waren. Ik geef toe: ik was een brutaaltje en al
helemaal niet op mijn mondje gevallen. Bovendien was een stevig meningsverschil
de aanleiding waarvoor wij een gesprek met de conrector moesten aangaan. Bij
het zien van zijn eerste hap was ik enkel en alleen uit op het scoren van een tweede
punt. Het eerste punt had ik op dat moment al gratis binnengehaald toen hij
zonder te kloppen naar binnen stormde bij de conrector. Ik had hem nog wel
gewaarschuwd dat deze telefonisch in gesprek was. Hij werd vervolgens terug
verwezen naar de gang vanwege dat telefoongesprek. Bij de eerste hap in zijn
boterham ging het mij dus om een 2-0 voorsprong.
Maar bij Marieke gaat het om heel iets anders. Het gaat hier
immers niet om een boterham die je wel of niet in de gangen mag opeten. Het
gaat om een vreselijke ziekte waar zij zich persoonlijk door bedreigd voelt via
mij. Degene die in haar ogen fout bezig is, is niet eens een klasgenoot maar
degene die een voorbeeldfunctie heeft naar haar en haar klasgenoten. Die
functie is deze docent blijkbaar helemaal uit het oog verloren en daar gaat het
mijn meisje om. Wat ben ik trots op haar.
Labels:
kankeren
,
schelden
,
werkwoorden
,
ziekte
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)



