Junior kwam
vrijdagavond relatief vroeg thuis. Rond middernacht kwam hij al binnen en
verdween linea recta naar boven. Aan zijn vrolijke, lacherige manier van doen
was duidelijk te merken dat hij een biertje of wat had genuttigd.
April 2013 stond ik gevoelsmatig op de top van de Mount Everest en verklaarde sterk en gelukkig te zijn. Wie "de Goden verzoekt" krijgt gehoor en ik kukelde van de berg met borstkanker 2.0. Ik bleef overeind en vond mijn weg terug naar de top. Ik besloot voortaan uit de wind te blijven. Tijdens Covid-19 blijkt het leven bar saai te worden. Borstkanker 3.0 klopt ongevraagd aan. Maar nu zijn er uitzaaiingen ...
zondag 2 oktober 2016
dinsdag 27 september 2016
Valt er nog te bloggen? Magic computer-wizard gezocht!
Drie jaar alweer,
drie jaar geleden vierde mijn blog hoogtij. Hoogtijden ten tijde van de diepste
dalen uit mijn leven (tot nu toe). De dalen lijken vooralsnog een ver verleden
en vooral (hoop ik) voltooid verleden tijd. Er gebeurt niet altijd zo vreselijk
veel, laat staan spannend genoeg om over te bloggen.
Niet
verwonderlijk dat mijn blog dat drie jaar geleden een piek beleefde van zo’n
30.000 bezoekers op een enkele dag en zo’n 100.000 in drie dagen … nu een
sluimerend bestaan doormaakt. Als ik de statistieken mag geloven, trekt mijn
blog zonder enige input van mijn kant nog altijd een paar duizend bezoekers per
maand. Bizar veel aandacht voor een zwijgend bestaan.
Labels:
Ad Ballon
,
ballonvaart
,
computercrash
,
Indian Summer
donderdag 25 februari 2016
Operatie assistente-in-opleiding (microchirurgierobot)
(2014)
Vanuit mijn kantoor van Stichting Techniekpromotie heb ik zicht op het gebouw van de faculteit Werktuigbouwkunde van de TU Eindhoven. Dat uitzicht heb ik al jaren. De voorzitter van onze stichting (prof. dr. Maarten Steinbuch) is als (universitair) hoogleraar verbonden aan deze faculteit. Hij was al voorzitter toen ik in 2006 in dienst kwam en dat is hij nog steeds.
Tot zover is er dus niets nieuws. Zelden ben ik verrast door de vele leuke projecten waar hij bij betrokken is en alles onder de noemer “werk”. Zo was hij bijvoorbeeld te zien op tv, springend van enthousiasme. Het gebeurde in Mexico en “zijn team” werd wereldkampioen met de voetbalrobots. Tussendoor komt hij met regelmaat op tv als het gaat om elektrische auto’s en dan in het bijzonder de Tesla.
Maar vorige week hoorde ik over zijn betrokkenheid bij iets dat mij het afgelopen jaar veelvuldig heeft bezig gehouden. Iets waarvoor ik alle registers uit de kasten heb moeten trekken, enkel om mijn gevoel te kunnen volgen en “mijn zin te krijgen”. Of het op toeval berust of zo heeft moeten zijn … geen flauw idee. Ik weet nog maar weinig behalve dat ik met stomheid geslagen ben.
Ik ontdekte hoe dicht ik bij een bijzonder vuur blijk te zitten. Een “vuur” dat gelukkig in mijn geval niet “te laat” gaat komen. Ik had het uiteindelijk niet nodig. Maar het kan allesbepalend zijn of worden voor (toekomstige) lotgenoten.
In het gebouw waarop ik vanuit mijn kantoor uitzicht heb, blijkt een operatieassistent te zijn ontwikkeld. Het onderzoek is zelfs in een ver gevorderd stadium. Nog even en de assistente krijgt haar diploma (grammaticaal ga ik er van uit dat deze assistente vrouwelijk is [la macchina]. Deze assistent is namelijk niet van vlees en bloed. “Klonen” is immers niet een specialisme dat thuishoort bij werktuigbouwkunde. Het gaat hier om een robot, een microchirurgierobot om precies te zijn.
Een collega vertelde dat zij deze robot had gezien toen ze toevallig bij de faculteit was en dat onze voorzitter hierbij betrokken zou zijn. De benodigde informatie vond ik op internet. Onze voorzitter blijkt niet zomaar een beetje betrokken te zijn. Hij zit er met zijn neus bovenop.
Enige tijd geleden werd hij benaderd door een plastisch chirurg van het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM) met het verzoek een oplossing te zoeken om microchirurgie te vereenvoudigen en daarmee de wachtlijsten aan te kunnen pakken. Als immers meer chirurgen dit soort specialistische ingrepen kunnen verrichten dan kunnen wachtlijsten drastisch worden verkort. Feit blijft natuurlijk dat niet ieder ziekenhuis een soortgelijke ingreep zal kunnen opnemen binnen het pakket. Er blijft altijd de noodzaak van een uitgebreid medisch team van anesthesie tot algemene en plastische chirurgie. De robot zal het (vooralsnog) nooit zonder mensenhanden kunnen stellen. Het specialisme zal nooit worden zo eenvoudig worden dat deze zal worden vergeleken met een gemiddelde blindedarmoperatie. Het blijft een grote, tijdrovende operatie waarbij de patiënt vele uren onder narcose dient te worden gehouden. Maar als meer plastisch deze ingrepen kunnen en mogen uitvoeren doordat de inzet van deze robot de ingreep haalbaar maakt, kan de optie voor deze ingreep op grotere schaal worden aangeboden terwijl de wachttijden tegelijkertijd kunnen worden ingekort.
Maar zo ver is het nog niet. Voor het einde van dit jaar worden de eerste resultaten verwacht en. Niet in de laatste plaats voor het onderzoek om de robot te perfectioneren. Nog dit kalenderjaar worden de eerste klinische resultaten verwacht en zal de robot laten zien wat zij kan.
Vervolgens moeten de ziekenhuizen en zorgverzekeraars worden overtuigd van de meerwaarde van de operatieassistente.
Er moeten operatiekamers worden ingericht en voorbereid op haar komst en van haar “collega” microchirurgierobots.
De dag voordat ik via deze methode werd geopereerd (zonder deze assistente maar door een zeer vakkundig team [gelukkig zonder trillende handen], promoveerde Raimondo Cau op dit onderzoek. Hij is de werktuigbouwkundige die dit onderzoek mocht oppakken en uitvoeren onder begeleiding van onze voorzitter.
Ik bezocht hem in het lab en zag de robot die hij heeft ontwikkeld. http://www.tue.nl/universiteit/nieuws-en-pers/nieuws/31-01-2014-nieuwe-microchirurgierobot-is-vijf-keer-preciezer-dan-mensenhand/. Deze robot is in staat vijf maal nauwkeuriger en trillingvrij te opereren, zelfs daar waar de hand en van een plastisch chirurg niet kunnen komen met hun instrumentarium.Het werkt simpel uitgelegd een beetje zoals het digitale tekenbord van onze oudste dochter. Met een pennetje tekent ze op een plaat en op het beeldscherm van de aangekoppelde computer verschijnt het resultaat van haar bewegingen. Een beetje vergelijkbaar, maar dan “een beetje” anders. De chirurg heeft de beschikking over joysticks. Diens bewegingen worden door een robotarm met hetzelfde instrument in de greep uitgevoerd. Zo kunnen bloedvaten nog nauwkeuriger aan elkaar worden gehecht. Ook kan de robotarm tussen het borstbeen door daar waar de chirurg zelf niet kan komen zonder een stukje borstbeen te verwijderen. Ik kan precies voelen waar bij mij een stukje is verwijderd. Dat onderdeel van de ingreep zorgde in mijn geval zelfs nog even voor wat commotie in de operatiekamer en drukte op de verpleegafdeling toen ik weer terug was op mijn kamer op de verpleegafdeling. Nadat het stukje borstbeen was verwijderd, werd er in mijn geval namelijk geen longvliesje aangetroffen. Hierdoor was er een groter risico op een klaplong. Niet zo handig, zeker niet als een groot deel van je romp open ligt. Het gevolg was dat er behalve de algemeen chirurg met ondersteunend team, twee plastisch chirurgen ieder met een eigen team en de anesthesist met assistent ook nog een thoraxteam werd toegevoegd aan het gezelschap dat met mij bezig mocht zijn.
Ook toen ik terug was op mijn kamer, wisselden de teams elkaar af met hun bezoekjes en controles, ieder hun eigen deeltje.
Gelukkig werd mijn DIEP-flap zonder hun toekomstige “collega” een groot succes en is deze bovendien al achter de rug. Want nu ik weet dat deze robot wordt ontwikkeld en dat met die robot de kans op mislukken van de ingreep verder kan worden beperkt en bovendien als doel heeft de wachtlijsten te verkorten, weet ik wel wat ik zou zeggen (en zeker zou denken). Ik zou mijn operatie willen uitstellen om te wachten op de nieuwe “collega”. Het team dat mij heeft geopereerd, doet deze ingreep met grote regelmaat, op basis van veel ervaring.
Stel dat de reconstructie door “menselijke” beperkingen zou zijn mislukt. Hoe had ik me dan gevoeld? Maar de volgorde was correct en zoals deze blijkbaar heeft moeten zijn. Nu kan ik met nog meer overtuiging lotgenoten aanbevelen te gaan voor een reconstructie met eigen weefsel. Zij die de diverse mogelijkheden bij borstreconstructie tegen elkaar proberen af te wegen, moedig ik aan om als het even kan te kiezen voor de DIEP-flap of andere geschikte vorm met eigen weefsel”. Het blijft onverminderd een enorme ingreep, maar het resultaat is het waard.
De robot is – zo vertelde Raimondo Cau – uitgerust met nog een extra vaardigheid die de – al is deze nog zo ervaren – plastisch chirurg niet met eigen handen kan verrichten. De robothand kan namelijk een nieuwe verbinding tot stand brengen tussen het lymfsysteem en een bloedvat nadat de lymfklieren zijn verwijderd. Door deze nieuwe aansluiting wordt het risico op lymfoedeem in feite gereduceerd tot “nul” (?). Het probleem na verwijderen van lymfklieren is voor veel lotgenoten een grote dagelijkse en bovendien levenslange last/beperking. Deze enorme verbetering qua voorzichten voor vele (toekomstige) lotgenoten maakte mij sprakeloos. Ik kon alleen nog maar zeggen “wow, wow en nog eens wow”.
De stichting waarvoor ik werk heeft als belangrijkste doel kinderen te interesseren voor techniek (waaronder ook werktuigbouwkunde) zodat zij een studie kiezen in binnen de techniek. Lang niet alle kinderen komen uiteindelijk op de universiteit, maar techniek is er op alle niveaus.
Blijkbaar zijn er meisjes die kiezen voor de zorg omdat ze techniek “eng” vinden of “iets waar je vies van wordt”. Ik moet bekennen dat ik ook ooit dat idee had. Maar mijn vader had een loodgietersbedrijf en mijn jongste (oudere) broer deed werktuigbouwkunde aan de MTS. Zij hadden altijd vieze handen. Ik koos dus niet voor techniek maar de hoofdreden lag bij mij vooral aan het feit dat ik stam uit het “pretpakket tijdperk”. In die jaren kon je je nog heel eenvoudig ontdoen van vakken die je niet lagen. Slechts Nederlands en Engels waren verplicht.
Het eerste dat “techniek-ontwijkende-meisjes” in de zorg tegenkomen (bijv. een ziekenhuis) is een patiënt omringd door techniek.
Toen ik uit mijn acht-uur-durende-narcose kwam, puilde mijn kamer nog net niet uit van de techniek. Er paste nog net medisch personeel bij om de techniek te bedienen. Zo was er een machine die (luidruchtig) mijn longfunctie in de gaten te hield. Voorafgaand aan de operatie hadden de algemeen chirurge en de plastisch chirurge mij in steunkousen gehesen. Dit gebeurde tussen de bedrijven door terwijl een verpleegkundige het infuus aansloot en de assistent-anesthesist zijn voorbereidingen op het werk van de anesthesist verrichtte. Bij het ontwaken uit de narcose bleken de steunkousen te zijn omhuld door mechanische aangedreven soortgenoten. Gezamenlijk doel was trombose te voorkomen tijdens en na de operatie als ik nog niet of nauwelijks mobiel zou zijn. Verder werd er die avond, nacht en volgende dag aanvankelijk ieder uur (geleidelijk werd die regelmaat afgebouwd) met een doppler apparaatje geluisterd naar het bloedvat in mijn “buikborst” welke het verplaatste weefsel voortaan blijvend moest voorzien van doorbloeding.
Ook het rode alarmknopje bestaat “dankzij werktuigbouwkunde”. Het is de levenslijn van de immobiele patiënt die zijn of haar “behoefte aan gezelschap of andere nood” kenbaar kan maken aan de verpleging op afstand. Wat was het lastig toen dat systeem ’s avonds uit de lucht ging. Op alle verpleegkamers hing een A4-whiteboard en daarop werden de telefoonnummers geschreven welke in geval van nood dienden te worden gebeld.

Waar we vandaag de dag ook kijken, waar we ook zijn, bijna alles heeft zijn oorsprong of herkomst te danken aan werktuigbouwkunde. Je zou met gemak vergeten of niet eens beseffen dat ook onze (voor velen) inmiddels onmisbare mobiele telefoons (iedere patiënt bleek er wel een te bezitten) hun ontstaan danken aan werktuigbouwkunde.
In een show die voorheen door Stichting Techniekpromotie (daar werk ik dus) werd verzorgd (tegenwoordig hoort de activiteit bij TU/e junior) wordt kinderen op basisscholen uitgelegd dat vrijwel alles om ons heen bestaat (mede) door en/of dankzij werktuigbouwkunde. Het begint met Jantje “de holbewoner” die het wiel uitvindt en daarna een kar die zich ontwikkelt tot mega-voertuig. Maar van gsm tot spelcomputer en van Spaceshuttle tot Marsrover en ook de stoel waarop we zitten heeft er mee te maken.
Sinds een paar jaar heb ik zelfs “werktuigbouwkunde” in mijn lichaam. Ik heb metalen plaatjes in mijn voet. Sinds juni 2013 heb ik nog een knap staaltje (tijdelijke) techniek in mijn lijf. Aan een van mijn bloedvaten is een port-a-cath gekoppeld. Dit onderhuidse prikkastje maakt(e) de afgelopen chemo- en herceptin infusen en nog komende herceptin kuren zoveel makkelijker. Het is bovendien een “power” variant waarbij ook contrastvloeistof kan worden toegediend onder hoge druk en ook kan er via deze poort bloed worden afgenomen (als dat nodig zou zijn). Bij ieder onderzoek dat ik het afgelopen jaar heb ondergaan, heb ik steeds gedacht en gevoeld “wow, wat een techniek”.
Als ik nog voor een studiekeuze zou staan dan was het geen angst voor techniek om een andere richting op te gaan. Dan zou ik waarschijnlijk zelfs hebben geploeterd om iets van wiskunde te begrijpen.
Binnenkort wisselt onze stichting van locatie. We verhuizen naar een ander deel van het gebouw. Maar als het goed is, blijft mijn uitzicht gehandhaafd en krijg ik een kamer aan dezelfde zijde. Zo hou ik mijn uitzicht op Gemini-Noord.
Vanuit mijn kantoor van Stichting Techniekpromotie heb ik zicht op het gebouw van de faculteit Werktuigbouwkunde van de TU Eindhoven. Dat uitzicht heb ik al jaren. De voorzitter van onze stichting (prof. dr. Maarten Steinbuch) is als (universitair) hoogleraar verbonden aan deze faculteit. Hij was al voorzitter toen ik in 2006 in dienst kwam en dat is hij nog steeds.
Tot zover is er dus niets nieuws. Zelden ben ik verrast door de vele leuke projecten waar hij bij betrokken is en alles onder de noemer “werk”. Zo was hij bijvoorbeeld te zien op tv, springend van enthousiasme. Het gebeurde in Mexico en “zijn team” werd wereldkampioen met de voetbalrobots. Tussendoor komt hij met regelmaat op tv als het gaat om elektrische auto’s en dan in het bijzonder de Tesla.
Maar vorige week hoorde ik over zijn betrokkenheid bij iets dat mij het afgelopen jaar veelvuldig heeft bezig gehouden. Iets waarvoor ik alle registers uit de kasten heb moeten trekken, enkel om mijn gevoel te kunnen volgen en “mijn zin te krijgen”. Of het op toeval berust of zo heeft moeten zijn … geen flauw idee. Ik weet nog maar weinig behalve dat ik met stomheid geslagen ben.
Ik ontdekte hoe dicht ik bij een bijzonder vuur blijk te zitten. Een “vuur” dat gelukkig in mijn geval niet “te laat” gaat komen. Ik had het uiteindelijk niet nodig. Maar het kan allesbepalend zijn of worden voor (toekomstige) lotgenoten.
In het gebouw waarop ik vanuit mijn kantoor uitzicht heb, blijkt een operatieassistent te zijn ontwikkeld. Het onderzoek is zelfs in een ver gevorderd stadium. Nog even en de assistente krijgt haar diploma (grammaticaal ga ik er van uit dat deze assistente vrouwelijk is [la macchina]. Deze assistent is namelijk niet van vlees en bloed. “Klonen” is immers niet een specialisme dat thuishoort bij werktuigbouwkunde. Het gaat hier om een robot, een microchirurgierobot om precies te zijn.
Een collega vertelde dat zij deze robot had gezien toen ze toevallig bij de faculteit was en dat onze voorzitter hierbij betrokken zou zijn. De benodigde informatie vond ik op internet. Onze voorzitter blijkt niet zomaar een beetje betrokken te zijn. Hij zit er met zijn neus bovenop.
Enige tijd geleden werd hij benaderd door een plastisch chirurg van het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM) met het verzoek een oplossing te zoeken om microchirurgie te vereenvoudigen en daarmee de wachtlijsten aan te kunnen pakken. Als immers meer chirurgen dit soort specialistische ingrepen kunnen verrichten dan kunnen wachtlijsten drastisch worden verkort. Feit blijft natuurlijk dat niet ieder ziekenhuis een soortgelijke ingreep zal kunnen opnemen binnen het pakket. Er blijft altijd de noodzaak van een uitgebreid medisch team van anesthesie tot algemene en plastische chirurgie. De robot zal het (vooralsnog) nooit zonder mensenhanden kunnen stellen. Het specialisme zal nooit worden zo eenvoudig worden dat deze zal worden vergeleken met een gemiddelde blindedarmoperatie. Het blijft een grote, tijdrovende operatie waarbij de patiënt vele uren onder narcose dient te worden gehouden. Maar als meer plastisch deze ingrepen kunnen en mogen uitvoeren doordat de inzet van deze robot de ingreep haalbaar maakt, kan de optie voor deze ingreep op grotere schaal worden aangeboden terwijl de wachttijden tegelijkertijd kunnen worden ingekort.
Maar zo ver is het nog niet. Voor het einde van dit jaar worden de eerste resultaten verwacht en. Niet in de laatste plaats voor het onderzoek om de robot te perfectioneren. Nog dit kalenderjaar worden de eerste klinische resultaten verwacht en zal de robot laten zien wat zij kan.
Vervolgens moeten de ziekenhuizen en zorgverzekeraars worden overtuigd van de meerwaarde van de operatieassistente.
Er moeten operatiekamers worden ingericht en voorbereid op haar komst en van haar “collega” microchirurgierobots.
De dag voordat ik via deze methode werd geopereerd (zonder deze assistente maar door een zeer vakkundig team [gelukkig zonder trillende handen], promoveerde Raimondo Cau op dit onderzoek. Hij is de werktuigbouwkundige die dit onderzoek mocht oppakken en uitvoeren onder begeleiding van onze voorzitter.
Ik bezocht hem in het lab en zag de robot die hij heeft ontwikkeld. http://www.tue.nl/universiteit/nieuws-en-pers/nieuws/31-01-2014-nieuwe-microchirurgierobot-is-vijf-keer-preciezer-dan-mensenhand/. Deze robot is in staat vijf maal nauwkeuriger en trillingvrij te opereren, zelfs daar waar de hand en van een plastisch chirurg niet kunnen komen met hun instrumentarium.Het werkt simpel uitgelegd een beetje zoals het digitale tekenbord van onze oudste dochter. Met een pennetje tekent ze op een plaat en op het beeldscherm van de aangekoppelde computer verschijnt het resultaat van haar bewegingen. Een beetje vergelijkbaar, maar dan “een beetje” anders. De chirurg heeft de beschikking over joysticks. Diens bewegingen worden door een robotarm met hetzelfde instrument in de greep uitgevoerd. Zo kunnen bloedvaten nog nauwkeuriger aan elkaar worden gehecht. Ook kan de robotarm tussen het borstbeen door daar waar de chirurg zelf niet kan komen zonder een stukje borstbeen te verwijderen. Ik kan precies voelen waar bij mij een stukje is verwijderd. Dat onderdeel van de ingreep zorgde in mijn geval zelfs nog even voor wat commotie in de operatiekamer en drukte op de verpleegafdeling toen ik weer terug was op mijn kamer op de verpleegafdeling. Nadat het stukje borstbeen was verwijderd, werd er in mijn geval namelijk geen longvliesje aangetroffen. Hierdoor was er een groter risico op een klaplong. Niet zo handig, zeker niet als een groot deel van je romp open ligt. Het gevolg was dat er behalve de algemeen chirurg met ondersteunend team, twee plastisch chirurgen ieder met een eigen team en de anesthesist met assistent ook nog een thoraxteam werd toegevoegd aan het gezelschap dat met mij bezig mocht zijn.
Ook toen ik terug was op mijn kamer, wisselden de teams elkaar af met hun bezoekjes en controles, ieder hun eigen deeltje.
Gelukkig werd mijn DIEP-flap zonder hun toekomstige “collega” een groot succes en is deze bovendien al achter de rug. Want nu ik weet dat deze robot wordt ontwikkeld en dat met die robot de kans op mislukken van de ingreep verder kan worden beperkt en bovendien als doel heeft de wachtlijsten te verkorten, weet ik wel wat ik zou zeggen (en zeker zou denken). Ik zou mijn operatie willen uitstellen om te wachten op de nieuwe “collega”. Het team dat mij heeft geopereerd, doet deze ingreep met grote regelmaat, op basis van veel ervaring.
Stel dat de reconstructie door “menselijke” beperkingen zou zijn mislukt. Hoe had ik me dan gevoeld? Maar de volgorde was correct en zoals deze blijkbaar heeft moeten zijn. Nu kan ik met nog meer overtuiging lotgenoten aanbevelen te gaan voor een reconstructie met eigen weefsel. Zij die de diverse mogelijkheden bij borstreconstructie tegen elkaar proberen af te wegen, moedig ik aan om als het even kan te kiezen voor de DIEP-flap of andere geschikte vorm met eigen weefsel”. Het blijft onverminderd een enorme ingreep, maar het resultaat is het waard.
De robot is – zo vertelde Raimondo Cau – uitgerust met nog een extra vaardigheid die de – al is deze nog zo ervaren – plastisch chirurg niet met eigen handen kan verrichten. De robothand kan namelijk een nieuwe verbinding tot stand brengen tussen het lymfsysteem en een bloedvat nadat de lymfklieren zijn verwijderd. Door deze nieuwe aansluiting wordt het risico op lymfoedeem in feite gereduceerd tot “nul” (?). Het probleem na verwijderen van lymfklieren is voor veel lotgenoten een grote dagelijkse en bovendien levenslange last/beperking. Deze enorme verbetering qua voorzichten voor vele (toekomstige) lotgenoten maakte mij sprakeloos. Ik kon alleen nog maar zeggen “wow, wow en nog eens wow”.
De stichting waarvoor ik werk heeft als belangrijkste doel kinderen te interesseren voor techniek (waaronder ook werktuigbouwkunde) zodat zij een studie kiezen in binnen de techniek. Lang niet alle kinderen komen uiteindelijk op de universiteit, maar techniek is er op alle niveaus.
Blijkbaar zijn er meisjes die kiezen voor de zorg omdat ze techniek “eng” vinden of “iets waar je vies van wordt”. Ik moet bekennen dat ik ook ooit dat idee had. Maar mijn vader had een loodgietersbedrijf en mijn jongste (oudere) broer deed werktuigbouwkunde aan de MTS. Zij hadden altijd vieze handen. Ik koos dus niet voor techniek maar de hoofdreden lag bij mij vooral aan het feit dat ik stam uit het “pretpakket tijdperk”. In die jaren kon je je nog heel eenvoudig ontdoen van vakken die je niet lagen. Slechts Nederlands en Engels waren verplicht.
Het eerste dat “techniek-ontwijkende-meisjes” in de zorg tegenkomen (bijv. een ziekenhuis) is een patiënt omringd door techniek.
Toen ik uit mijn acht-uur-durende-narcose kwam, puilde mijn kamer nog net niet uit van de techniek. Er paste nog net medisch personeel bij om de techniek te bedienen. Zo was er een machine die (luidruchtig) mijn longfunctie in de gaten te hield. Voorafgaand aan de operatie hadden de algemeen chirurge en de plastisch chirurge mij in steunkousen gehesen. Dit gebeurde tussen de bedrijven door terwijl een verpleegkundige het infuus aansloot en de assistent-anesthesist zijn voorbereidingen op het werk van de anesthesist verrichtte. Bij het ontwaken uit de narcose bleken de steunkousen te zijn omhuld door mechanische aangedreven soortgenoten. Gezamenlijk doel was trombose te voorkomen tijdens en na de operatie als ik nog niet of nauwelijks mobiel zou zijn. Verder werd er die avond, nacht en volgende dag aanvankelijk ieder uur (geleidelijk werd die regelmaat afgebouwd) met een doppler apparaatje geluisterd naar het bloedvat in mijn “buikborst” welke het verplaatste weefsel voortaan blijvend moest voorzien van doorbloeding.
Ook het rode alarmknopje bestaat “dankzij werktuigbouwkunde”. Het is de levenslijn van de immobiele patiënt die zijn of haar “behoefte aan gezelschap of andere nood” kenbaar kan maken aan de verpleging op afstand. Wat was het lastig toen dat systeem ’s avonds uit de lucht ging. Op alle verpleegkamers hing een A4-whiteboard en daarop werden de telefoonnummers geschreven welke in geval van nood dienden te worden gebeld.

Waar we vandaag de dag ook kijken, waar we ook zijn, bijna alles heeft zijn oorsprong of herkomst te danken aan werktuigbouwkunde. Je zou met gemak vergeten of niet eens beseffen dat ook onze (voor velen) inmiddels onmisbare mobiele telefoons (iedere patiënt bleek er wel een te bezitten) hun ontstaan danken aan werktuigbouwkunde.
In een show die voorheen door Stichting Techniekpromotie (daar werk ik dus) werd verzorgd (tegenwoordig hoort de activiteit bij TU/e junior) wordt kinderen op basisscholen uitgelegd dat vrijwel alles om ons heen bestaat (mede) door en/of dankzij werktuigbouwkunde. Het begint met Jantje “de holbewoner” die het wiel uitvindt en daarna een kar die zich ontwikkelt tot mega-voertuig. Maar van gsm tot spelcomputer en van Spaceshuttle tot Marsrover en ook de stoel waarop we zitten heeft er mee te maken.
Sinds een paar jaar heb ik zelfs “werktuigbouwkunde” in mijn lichaam. Ik heb metalen plaatjes in mijn voet. Sinds juni 2013 heb ik nog een knap staaltje (tijdelijke) techniek in mijn lijf. Aan een van mijn bloedvaten is een port-a-cath gekoppeld. Dit onderhuidse prikkastje maakt(e) de afgelopen chemo- en herceptin infusen en nog komende herceptin kuren zoveel makkelijker. Het is bovendien een “power” variant waarbij ook contrastvloeistof kan worden toegediend onder hoge druk en ook kan er via deze poort bloed worden afgenomen (als dat nodig zou zijn). Bij ieder onderzoek dat ik het afgelopen jaar heb ondergaan, heb ik steeds gedacht en gevoeld “wow, wat een techniek”.
Als ik nog voor een studiekeuze zou staan dan was het geen angst voor techniek om een andere richting op te gaan. Dan zou ik waarschijnlijk zelfs hebben geploeterd om iets van wiskunde te begrijpen.
Binnenkort wisselt onze stichting van locatie. We verhuizen naar een ander deel van het gebouw. Maar als het goed is, blijft mijn uitzicht gehandhaafd en krijg ik een kamer aan dezelfde zijde. Zo hou ik mijn uitzicht op Gemini-Noord.
zondag 27 september 2015
George was in town
Terwijl de teller van mijn blog stilletjes de 200.000 passeert laat ik manlief naar de supermarkt vertrekken. Boodschappen doen is niet mijn hobby. Normaal gesproken gaat hij met oudste dochter, maar die wilde met zus naar de stad. Eigenlijk gaan ze altijd op zaterdag maar gisteren was hij zo lief een kennis te helpen bij het leggen van een laminaatvloer. Bij thuiskomst weigerde zijn lijf het wekelijkse uitstapje voor de weekboodschappen. Gelukkig bestaat er zoiets als de zondag. Bij gebrek aan vrijwilligers vertrok hij vroeg in de middag in zijn eentje naar de Lidl en zo liep ik de kans mis een van de helden van mijn jeugd tegen te komen.
Labels:
Ali B
,
blog
,
Cult & Tumult
,
George Baker Selection
,
Hans Bouwens
,
Hummer H2
,
Lidl
,
proletenbak
,
Una Paloma Blanca
,
Veldhoven
woensdag 16 september 2015
Borstkanker: onbekende derde categorie
Volgens de gemiddelde opinie van met name lotgenoten kun je borstkankerpatiënten onderbrengen in twee categorieën. Meer niet. De ene
groep bestaat exclusief uit BN’ers en de andere groep is de grote moot “de niet
BN’ers”.
Laten we als voorbeeld en uitgangspunt het artikel nemen uit de Telegraaf: (Sabine_Vancraeynest_Het_fenomeen_borstkanker). Je bent BN’er óf niet. De categorie bepaalt het “verloop”
(het BN’er verloopt wordt hierbij in twijfel getrokken).
Voor zover ik weet, heb ik nooit de status “BN’er” bereikt
waar ik in de loop van 2013 eventjes bang voor werd toen mijn blog plotseling
viraal ging. Van dat virale karakter is mijn blog genezen. Er is allang geen
file meer om mijn berichten te lezen. Kortom, ik ben géén BN’er en ga dat zeer
waarschijnlijk ook nooit en te nimmer worden. Die groep valt dus af. Behalve
dat dit dus ook geen uitnodiging voor het boekenbal gaat opleveren, val ik daarmee
tussen wal en schip (of buiten de boot). Bij de andere categorie behoor ik namelijk
evenmin.
Labels:
ablatio
,
ADHD
,
Boekenbal
,
Borstkanker
,
borstkankermaand
,
DIEP flap
woensdag 9 september 2015
De bazin is boos – déjà-vu
Sommige mensen moet je te vriend houden, die wil je gewoon niet boos maken, althans niet op jouzelf. Mijn bazin is boos, pislink zelfs … maar gelukkig niet op mij. Eigenlijk kan ik er wel om lachen; ik heb geen medelijden. Dat zit zo.
Mijn collega loopt net mijn kamer binnen en vertelt dat onze bazin heeft gebeld en dat ze pislink is … op een buschauffeur van Veolia in Venlo. Die heeft haar bij de bushalte laten staan omdat hij (of zij) toevallig net de andere kant opkeek naar een collega-buschauffeur die hij passeerde. Zo miste hij de bushalte en mijn zwaaiende bazin. Mijn collega zei “we laten Margriet wel even twitteren”. Dus … daar gaat mijn reputatie.
De buschauffeur keek mij aan vanachter zijn stuur vanuit zijn warme bus (… had ik nog niet verteld: “het was min-10”). Hij knikte afwijzend en gebaarde dat hij voorbij de halte was. Ik was verbijsterd. De bus kwam eenmaal per half uur en het was bijna middernacht. Zo zag ik de bus vervolgens uit mijn zicht verdwijnen richting Voorschoten.
De wanhoop nabij zonder een kwartje voor de telefooncel op zak, besloot ik te gaan lopen naar huis. Ik liep van halte naar halte, keek vervolgens op mijn horloge en vergeleek die met de verwachte aankomsttijd van de eerstvolgende bus. Het mocht natuurlijk niet zo zijn dat ik er nog een langs zou zien rijden ergens halverwege twee haltes. Zo liep ik uiteindelijk van Voorburg naar Leidschendam. In de buurt van Voorschoten kwam eindelijk de volgende bus. Verkleumd reed ik nog een paar haltes mee om vervolgens naar huis de lopen. Mijn ouders warmden mij liefdevol op en schonken zelfs een glas Cognac in … Daar hou ik nog altijd niet van.
Maar goed … “sorry bazin, ik ben nu nog steeds bozer op mijn buschauffeur van toen. De zon schijnt in Eindhoven, vast ook in Venlo ;-)”. Dat was nou een van mijn redenen om het openbaar vervoer voor altijd de rug toe te keren.
Mijn collega loopt net mijn kamer binnen en vertelt dat onze bazin heeft gebeld en dat ze pislink is … op een buschauffeur van Veolia in Venlo. Die heeft haar bij de bushalte laten staan omdat hij (of zij) toevallig net de andere kant opkeek naar een collega-buschauffeur die hij passeerde. Zo miste hij de bushalte en mijn zwaaiende bazin. Mijn collega zei “we laten Margriet wel even twitteren”. Dus … daar gaat mijn reputatie.
Voor mij is dit een reisje langs “Memory Lane”, eigenlijk een déjà-vu. Zo’n dertig jaar geleden hadden wij thuis vrienden te logeren uit Griekenland. Die logeerden her en der bij de verschillende vriendinnen. Op een avond zaten we bij een van de meiden thuis in Voorburg. De groep besloot nog op stap te willen en ik was moe en ging naar huis. Bij de bushalte reed net de bus weg. Terwijl ik aan kwam rennen, moest de bus stoppen, slechts een paar meter voorbij de halte, voor een rood verkeerslicht. Opgelucht klopte ik op het raampje ….
De buschauffeur keek mij aan vanachter zijn stuur vanuit zijn warme bus (… had ik nog niet verteld: “het was min-10”). Hij knikte afwijzend en gebaarde dat hij voorbij de halte was. Ik was verbijsterd. De bus kwam eenmaal per half uur en het was bijna middernacht. Zo zag ik de bus vervolgens uit mijn zicht verdwijnen richting Voorschoten.
De wanhoop nabij zonder een kwartje voor de telefooncel op zak, besloot ik te gaan lopen naar huis. Ik liep van halte naar halte, keek vervolgens op mijn horloge en vergeleek die met de verwachte aankomsttijd van de eerstvolgende bus. Het mocht natuurlijk niet zo zijn dat ik er nog een langs zou zien rijden ergens halverwege twee haltes. Zo liep ik uiteindelijk van Voorburg naar Leidschendam. In de buurt van Voorschoten kwam eindelijk de volgende bus. Verkleumd reed ik nog een paar haltes mee om vervolgens naar huis de lopen. Mijn ouders warmden mij liefdevol op en schonken zelfs een glas Cognac in … Daar hou ik nog altijd niet van.
Maar goed … “sorry bazin, ik ben nu nog steeds bozer op mijn buschauffeur van toen. De zon schijnt in Eindhoven, vast ook in Venlo ;-)”. Dat was nou een van mijn redenen om het openbaar vervoer voor altijd de rug toe te keren.
woensdag 5 augustus 2015
Bonus krijgen van zorgverzekering als zorgkosten drastisch verlagen - leuk idee toch?
Leuk ja, maar mijn bonus zal wel in de (al dan niet [ge-/]herwonnen) gezondheid zitten. Eigenlijk heb ik er nooit zo bij stilgestaan wat het kost om gezond te zijn, te blijven of opnieuw proberen te zijn. Ik ben me vooral bewust van het feit dat ik in deze in ieder geval weinig te kiezen had. De kosten had ik voor "lief" te nemen. We zouden wel zien waar het schip zou stranden. Een behandeling weigeren bij borstkanker of andere levensbedreigende aandoening is geen optie als het om financiën gaat. Gelukkig valt het grootste deel onder de basisverzekering en blijft de schade beperkt tot het eigen risico en eventueel een eigen bijdrage hier en daar.
Voor de meesten onder ons is dat denk ik wel zo. Je ontvangt de rekeningen, dient je declaratie in bij de verzekeraar en met een beetje mazzel krijg je wat geld terug of ga je alsnog het schip in als blijkt dat e.e.a. van je eigen risico wordt afgetrokken of helaas-pindakaas naar de categorie “eigen bijdrage” wordt geschoven.
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)

