woensdag 18 februari 2015

Ondertiteling voor Randstedelingen

Claudia de Breij en Nynke de Jong en hun boven-de-rivieren- versus provinciaaltjescomplex


Op de achtergrond (tijdens het opruimen) hoorde ik vanavond de stem van Matthijs van Nieuwkerk in #dwdd. Zijn stem herinnerde mij aan de lichte irritatie die zich meester maakte van mij tijdens de uitzending van afgelopen maandag. Daar gaf Claudia de Breij aan dat ze ondertiteling nodig heeft wanneer niet-Randstedelingen aan het woord komen (op tv) met de “man/vrouw zoekende boerinnen/boeren” in het bijzonder. Nynke de Jong leverde een “toetje op mijn irritatie” met haar reactie. Die luidde quasi verbaasd “Versta je dat niet? Wij uit de provincie wel hoor”.

Haagse Harrie was in Vallekeswaahd

Hallo, mag ik mij van beide dames distantiëren? Ik mag dan al 21 jaar “in de provincie wonen”, maar als geboren en getogen Randstedeling (Voorschoten) had ik als kind op vakantie in Drenthe al geen enkele moeite een Drenth of Grunninger te verstaan. In de jaren daarna had ik evenmin moeite inwoners van andere provincies te verstaan. Natuurlijk zijn er wel losse woorden gesproken die ik niet begreep. Als mijn Haagse-import-vriendin werd gebeld door haar Venlose-mama zaten er natuurlijk wel woorden tussen waar ik geen raad mee wist … Maar de kern van een gesprek was nooit een geheim. Ik weet zeker dat ik niet de enige Randstedeling ben waarvoor dit geldt.

Volgens mij is het niets minder dan arrogantie of zelfs desinteresse in alles wat onder de rivieren of oostelijk/noordelijk van het IJsselmeer thuishoort. Anders gezegd “alleen in de Randstad is men te verstaan en telt men mee”. De wereld van het zogenaamde echte-Nederlands. Zo heeft Nederland pas zomervakantie als regio “midden” vakantie heeft. Pas dan wordt er in het journaal gemeld “de vakantie is begonnen”. Het maakt niet uit of “noord” en “zuid” op dat moment al een of zelfs twee weken gevorderd zijn met hun zomervakantie. Zij tellen niet mee.

Ik voel mij niet aangesproken, evenmin lig ik er wakker van. Eerlijk gezegd voel ik mij nog altijd een Randstedeling. De regio helpt mij mee hoor. Nog altijd wordt in de zomervakantieperiode bij de kassa van welke winkel dan ook gevraagd “of we op de camping staan”.

Laat ik eerlijk zijn: ik heb mijn beperkingen. Als het om een andere taal gaat, is het iets anders. Ik begrijp de Paus als hij Italiaans spreekt. Een Griek kan ik ook nog wel een beetje (een béétje) begrijpen. Ik begrijp een beetje Frans (niet te snel graag, lezen is makkelijker), wat minder Duits en verdraaid veel Engels. Maar er is een taal waar ik echt geen raad mee weet. Lang geleden heb ik in Scharnegoutum (Skearnegoutum) met open mond naar een jochie gestaard toen mij tegen mij brabbelde in onvervalst Fries. Hij was van zijn fietsje gevallen en vertelde hoe dat was gekomen (de vertaling kreeg ik van een vriendinnetje).

Fries dus, daar kan ik werkelijk geen brood van bakken maar het gemiddelde dialect levert geen problemen, bijna geen. Want ik moet nog iets bekennen. Ik heb altijd al moeite gehad met echte Haagse Harries en Leidenaren op hun aller platst. Mijn oude “boven- en onderburen” (Voorschoten zit er tussenin geplakt) kan ik regelmatig nauwelijks verstaan.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen