zaterdag 7 april 2012

Familieverhalen - Twaalf jaar - de wereld aan haar voeten

Onze zoon is onlangs twaalf jaar geworden, zit in groep acht en is er klaar mee. De CITO score is binnen, hij is aangemeld voor de middelbare school en verveelt zich en roept hoe zwaar hij het heeft. Liefst zou hij niet meer naar school gaan. Hij leert er niets meer, zegt hij. Liever zou hij X-boxen, sms'en en vooral bezig zijn met zijn Blackberry.



Hoe anders was het voor dat meisje van twaalf, nu 72 jaar geleden. Ze was een dag eerder jarig dan onze zoon, ze was van 16 februari 1928. Ze deed een extra jaar lagere school. De beloning daarna was dat ze nooit meer naar school hoefde. In die tijd was, zeker voor een meisje, zeven jaar lagere school voldoende. We hebben het over mijn moeder. In februari 1940 werd ze twaalf en het was haar laatste schooljaar. Later vertelde ze ons hoe ze een gat in de lucht sprong op haar laatste schooldag. Haar leven begon. Ze mocht gaan naaien. Dat deed ze het liefste ook toen wij er al waren, schoonmaken kon altijd nog. Het stof liep niet weg.

Altijd zat ze achter de naaimachine. Altijd was ze wel iets aan het maken. Hele bruidsstoeten heeft ze aangekleed en ook mijn bruidsjurk werd op basis van een coverfoto uit een trouwmagazine omgetoverd tot realiteit. Haar laatste creaties waren de prinsessenjurken voor onze dochters, bestemd voor carnaval. De foto’s heeft ze niet eens meer gezien, ze overleed vlak na de ‘oplevering’, alweer elf jaar geleden. De bejaarde Pfaff-naaimachine met kast die ze kocht voor 800 gulden, een kapitaal en geleend van haar halfbroer, pronkt nu bij mij in de kamer. Hij doet het nog steeds, en hoe.

Bijna 72 jaar geleden brak de oorlog uit. In korte tijd werd ze volwassen. Met een broer die de leider was van de ondergrondse van Voorschoten werden de zusjes loopmeisjes. Toen ze amper zeventien was, bracht ze voedselbonnen naar onderduikadressen en bracht ze onderduikers naar vergaderingen. Zij moest aanbellen, een wachtwoord geven en als het sein veilig was, kwam de onderduiker tevoorschijn. Ze vroeg wel eens wat er gebeurde als het niet veilig was, daar kwam geen antwoord op. Er werd honger geleden, die laatste winter vooral. Gelukkig woonden ze naast een boerderij en kregen ze nog wel eens wat toegeschoven. Ze zag hoe haar schoonzus achter de kinderwagen onder schot werd gehouden toen ze op zoek waren naar haar man. Alsof ze haar kinderen achter zou laten en weg zou rennen. Er was een onderduiker die hen in gevaar bracht door bij een boer een schaap te stelen, te doden en naar het huis van mijn moeder en haar familie te slepen, trots toonde hij het meegebrachte eten. De politie hoefde slechts het bloedspoor te volgen. Problemen bleven uit maar het schaap verdween met de agenten die zich er hun buik mee vol konden eten.

Kort voor de bevrijding werden ze met z’n allen gevangen gezet. Er werd gezocht naar hun vaders, broers, buurjongens, ze waren verraden. Met een aantal gezinnen zaten de vrouwen en dochters vast. Drie dagen van angst en stress. Toen ze vrij werden gelaten, moesten ze hun rokken vasthouden, zoveel waren ze afgevallen. Allen moesten daarna onderduiken, over diverse woonplaatsen verspreid. Bij de bevrijding bleken ze allen nog in leven, ook hun broer kwam terug uit de gevangenis in Scheveningen. Hij schreef er boeken over en wij groeiden op met de verhalen. Want vertellen, dat kon moeder ook. Waargebeurde horrors uit de oorlog, maar ook verhalen van daarvoor en erna.

Op haar twaalfde haakte ze zelf een vestje, een juweel dat de aandacht van een van de nonnen op school wekte. Ze vroeg haar of haar moeder het had gemaakt. Woest vertelde de non later aan een collega-non (moeders tante) dat haar nichtje had gelogen. Hoe durfde ze te beweren dat ze dat prachtige vestje zelf had gemaakt. Tante keek haar collega-non minachtend aan met de mededeling ‘geloof je werkelijk dat ze dat niet zelf heeft gemaakt?’.

In de oorlog werden herenkostuums binnenstebuiten gekeerd als de buitenkant versleten was.

Mijn moeder was een genie, dat had ze van haar moeder. Mijn zus heeft dezelfde genen en ik heb mega-creatieve dochters. Mijzelf beschouw ik als een prutser, een zwart schaap dat niet in hun schaduw kan staan. Ik heb het geduld niet voor de perfectie. Alhoewel ze niet meer naar school ging, leerde ze nog wel, voor coupeuse en coupeuse-lerares. De examenstukken die ze in de oorlog maakte (opdrachten voor klanten) kon ze uiteindelijk niet gebruiken voor haar examen omdat de klanten de kleding hard nodig hadden. Door de oorlog kon ze niet naar Brabant om examen te doen bij Cuppen-Schreurs. Ze kon de rivieren niet over. Na de oorlog, toen er weer stoffen en garen beschikbaar kwamen, ging ze alsnog voor haar examens met de nieuwe creaties. De examens voor beide opleidingen deed ze in één keer, dat bespaarde een lange reis. Ze slaagde voor beide cum-laude.

Onder normale omstandigheden ga ik er vanuit dat onze twaalfjarige niet zoveel zal hoeven mee te maken in de komende vijf jaar. Ik hoop dat hij veel mag mopperen over school en de leraren, over het feit dat hij wel naar school moest op Goede Vrijdag en anderen állemaal vrij waren en dat hij naar harte lust zijn energie kwijt zal raken op de tennisbaan. Vooral dat hij gewoon puber kan zijn. Maar of hij ooit, met alle studies die hij gaat volgen en de tenniswedstrijden die hij zal winnen en verliezen evenveel wijsheid zal vergaren als mijn moeder bezat, dat moet ik nog zien. Die wijsheid komt uit het leven. Mijn moeder was een wijze vrouw.

vrijdag 30 maart 2012

Familieverhalen - Ware liefde

Er zijn vast mensen die denken dat ware liefde niet bestaat. Ik weet wel beter. Zonder ware liefde en lotsbestemming was ik er niet geweest.




maandag 19 maart 2012

Het verdriet van België

Deze titel hoort voor mij nu bij de grootste angst van iedere ouder: je kind verliezen. Voordat begin 2001 mijn moeder plotseling overleed,  huilde ik om alles. Ging ik naar de begrafenis van een oudtante die ik nooit had gekend, dan huilde ik mee. Na het overlijden van mijn moeder  huilde ik alleen nog om grote rampen zoals in Volendam, de aanslag op het WTC, Enschede en de tsunami’s in Thailand en Japan. Die evenaarden mijn verdriet. Ons was het kostbaarste goed ontnomen.

woensdag 14 maart 2012

Margriet voor Dummies - Etiketjes plakken

Ex-Minister Van Bijsterveldt wilde al dat rugzakjes en etiketjes verdwijnen. Volgens een columniste van de Volkskrant hebben ”kinderen huiswerkbegeleiding en pianoles nodig voor discipline en kunnen daarmee vrijwel alle diagnoses komen te vervallen. Mensen die zoiets bedenken, hebben vast kinderen die inderdaad geen etiketje nodig hebben en waarbij een lijstje met huis- en gedragsregels versus consequenties inderdaad werkt.

zondag 26 februari 2012

Carnaval - gelukkig weer voorbij

Zoals de meeste mensen weten, is carnaval het feest van de rooms-katholieken om de vastenperiode in te luiden. Eerst feesten en dan tot Pasen met z’n allen braaf vasten. Niet dus. Als kleine kinderen moeten ze eerst de beloning om vervolgens de belofte niet na te komen. Hoe anders is dit bij de moslims. Eerst een maand ramadan om vervolgens beloond te worden met het Suikerfeest. Daar heb ik respect voor.

Als rooms-katholiek-van-boven-de-rivieren (Voorschoten) heb ik niets met carnaval. Als kind ging ik op zaterdag verkleed naar het cultureel centrum in het dorp, twee uurtjes in polonaise en weer naar huis. Eventueel een optochtje maar dan was het klaar.

dinsdag 7 februari 2012

Groeten uit Volos (Griekenland)

Voor iedereen die denkt dat de Grieken lui zijn en dat het land maar lekker uit de Euro-zone moet worden gezet.

Sinds de middelbare school heb ik een vriendin. Indertijd vertelde ze al dat ze later naar Griekenland zou vertrekken. Daar kwam haar moeder vandaan. Haar vader was van oorsprong Brabander en vond zijn grote liefde in Griekenland tijdens zijn werk. Mijn vriendin werd in Athene geboren maar groeide op in Nederland. Begin jaren 90 van de vorige eeuw vertrok mijn vriendin naar Griekenland om daar haar geluk te vinden.

zaterdag 4 februari 2012

Pushende ouders

Laatst kwam het verwijt van zoonlief: “Je had beloofd me nooit te pushen en nu doe je het toch”. Nu valt dat wel mee. Hij wilde niet trainen en ik vond dat hij moest gaan.

Onze zoon (bijna 12) is een tennistalent en traint liefst elke dag. Hij wil tennisprof worden en droomt ervan grandslamtoernooien te winnen, liefst ook nog een Olympische titel. Redt een kind met die ambities het op eigen kracht? Waarschijnlijk niet, ze hebben veel steun nodig en moeten een ijzersterk karakter opbouwen. Dan nog zullen de meesten er nooit hun brood mee verdienen.