donderdag 13 februari 2014

Onderbuikgevoel wint


Vandaag kwam de uitslag van het pathologisch onderzoek. De patholoog heeft mijn borstklierweefsel onderzocht. Onderweg naar het ziekenhuis realiseerde ik mij opeens dat het regende. Een licht gevoel van onbehagen maakte zich van mij meester. Ik ben niet echt bijgelovig hoor, het is alleen ... Alle gunstige uitslagen voorafgaand aan de diagnose gingen gepaard met een strak blauwe hemel en stralende zon. Slecht nieuws kwam (overigens niet vaak, slechts in de vorm van “het is borstkanker”) met regenbuien. Vandaag ... regende het. Ik zakte stilletjes weg in de passagiersstoel en pepte mijzelf op met de gedachte dat ik vooraf had besloten dat de uitslag niet echt slecht zou kunnen zijn, hoe dan ook.

bronvermelding: bubbels
De afgelopen dagen vroeg ik mij af op welke uitslag ik hoopte. Wilde ik een bevestiging van de eerdere uitslag van de radioloog welke op basis van de MRI had aangegeven dat de tumor was verdwenen? Of wilde ik iets anders horen? Wilde ik dat de patholoog in het verwijderde weefsel restjes zou aantreffen van de tumor (maar dan wel heel klein). Met een restant van de tumor zou de noodzaak van de operatie onbetwistbaar zijn, ook als de reconstructie zou mislukken. Ik moest rekening houden met die mogelijkheid. Als het verplaatste bloedvat niet zou functioneren, dan zou ik alsnog zonder borst eindigen.

Met de uitslag van de MRI op zak was ik bij voorbaat overtuigd van de conclusie van de patholoog. Maar zonder operatie geen bewijs. Het is maar goed dat de reconstructie geen expander of siliconen betekende. In dat geval had ik vanwege mijn twijfels én voorgevoel zeer waarschijnlijk opnieuw aan de rem hebben getrokken. De operatie zou weliswaar grote littekens opleveren, maar … met een strakke buik als bonus. Omdat de borst in kwestie echter niet geweldig was qua vorm en omvang en zou worden vervangen door eigen weefsel, snoerde ik mijn onderbuik de mond.

Het had zo anders kunnen zijn. Was de borst verwijderd voorafgaand aan de chemo, dan had niemand ooit met zekerheid het effect van de chemo kunnen vaststellen. Op de MRI was de tumor niet meer te zien. Hiermee werd mijn prognose onbetwistbaar verbeterd. Mijn kansen worden verder gunstig beïnvloed door de nog volgende herceptin-kuren en eventuele hormoontherapie.

De uitslag kwam vanuit het niets en zonder enige inleiding. De mammacare verpleegkundige viel met de deur in huis (ze keek overigens vanaf dat ik haar in de wachtkamer tegenkwam niets anders dan vrolijk toen ze mij begroette) en zei “ik heb goed nieuws”.
Mag ik een groot applaus voor mijn onderbuik. “Ik heb het toch gezegd!”. Nee, dat zei ik niet, althans niet vandaag, maar ik wist het wel. Even later kwam de chirurg die mijn borst heeft verwijderd. Ik vertelde haar over mijn twijfels over de vervolgbehandeling en hoe anders mijn mening daarover was voorafgaand aan de chemo. Toen wilde ik immers afzien van de chemo en juist wel hormoontherapie. De chirurg gaf aan dat ze heel erg gelukkig is met mijn keuze voor chemo. Het feit dat de tumor volledig is verdwenen, betekent enorm veel voor mijn prognose.

De verdachte vlekjes op de oorspronkelijke foto’s zijn zoals verwacht met de tumor verdwenen. De exacte afmeting voor een zuivere prognose berekening (gebaseerd op de grote groep en dus niet op mij specifiek) zal er nooit van komen. Met het behaalde maximale effect van de chemo ga ik nu gevoelsmatig uit van de kleinste afmeting en dus de beste prognose. De combinatie van operatie en chemo betekent dat van 100 patiënten met een soortgelijke tumor over tien jaar nog 92 in leven zijn. Bij aanvullende hormoontherapie wordt een extra winst van 2 levens geboekt. De kans dat ik over tien jaar zonder recidief nog altijd in leven ben is 84 zonder tegen 89 mét hormoontherapie.

De kansen bij het hanteren van een grotere afmeting van de tumor zijn minder gunstig. De kans op een recidief zonder hormoontherapie is aanzienlijk. In dat geval ontspringen 72 van de 100 vrouwen de dans.

Mét de gevreesde therapie worden volgens de statistieken nog eens 9 vrouwen ontzien. Om over tien jaar überhaupt nog in leven te zijn, heeft de hormoontherapie slechts een toegevoegde waarde van 4% (83 versus 87). Eventuele bijwerkingen vormen bij een minimaal verschil al gauw een te hoge drempel.

De kans op een recidief bij de ongunstig grote afmeting is groot maar niet helemaal betrouwbaar vanwege het enorme effect dat de chemo al heeft gehad. Er zijn immers ook patiënten bij wie chemo helemaal geen effect heeft. Dat lees je niet terug in de cijfers. De geheimzinnige maar grote bonus is en blijft de herceptin. Het effect hiervan wordt evenmin in de berekeningen meegenomen. Bij mijn tumor hoorde ooit de slechtste prognose. Met herceptin sloeg dit om naar de best behandelbare vorm, zeker bij het niet hebben van uitzaaiingen op afstand.

De beslissing is er nog niet. Natuurlijk kan ik altijd stoppen als bijwerkingen de kwaliteit van leven te zwaar blijken te beperken. Maar eerst is het tijd voor feest. Laat de kurken maar knallen. Helaas slechts in mijn dromen want Gert-Jan denkt anders over alcohol slechts een week na mijn operatie. Met nog vijf weken hefverbod (maximaal 1 kilo) in het verschiet heb ik geen keuze. Een fles bubbels weegt meer en maakt mij afhankelijk van mijn “heer een meester”. Zal ik muiten? Is er iemand in de buurt? … IK WIL BUBBELS.



Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen