zaterdag 8 februari 2014

DIEP flap - Weer thuis

Zoals verwacht valt het bij thuiskomst natuurlijk vies tegen. In het ziekenhuis had ik nog het gevoel de hele wereld aan te kunnen. Thuisgekomen voelde ik mij een stuk minder stoer en sterk. Is het de man met de hamer? Ik weet het niet. Er is veel gebeurd in het afgelopen jaar. Zoveel dat je er eigenlijk niet te vaak en zeker niet te lang bij stil moet staan.


 

Toen Gert-Jan was gearriveerd ging ik nog even afscheid nemen van Angelika die gisteren in de kamer tegenover was komen te liggen. Ik vertelde dat nu opeens het besef binnenkomt hoeveel er het afgelopen jaar is gebeurd. Ik vertelde van mijn slapeloze nacht nadat ik mijn blog tot in de late uurtjes had zitten bijwerken. Die slapeloosheid was overduidelijk het gevolg van alle herinneringen die ik tegenkwam op mijn blog. Veel was ik al helemaal vergeten. Ze vertelde dat ik met mijn blog regelmatig onderwerp van gesprek was bij de tennisclub waar ook Martijn lid is. Als tennismoeder hoor ik daar automatisch een beetje bij. “En dan moet er eigenlijk ook nog dat boek komen”, aldus Angelika. Ook dat was ik bijna vergeten. Tja, wat zal ik zeggen. Mijn buik is zonder enige twijfel strak genoeg voor een galajurk om naar het boekenbal te gaan. Maar de hamvraag is of mijn verhaal een uitnodiging zal opleveren.

Ik werd diep geraakt toen Angelika emotioneel werd vanwege alles wat mij nu overkomt. Mijn stem was al hees, maar nu braken ook bij mij de tranen door. Af en toe vraag ik mij serieus af wie al die mensen zijn die de teller van mijn blog over de 100.000 hebben geholpen. Ik heb een donkerbruin vermoeden dat er ongekend veel bekenden tussen zitten die op afstand met mij meeleven. Maar dat ik zelfs onderwerp van gesprek ben … wow.

Daar gaat mijn kraan van open. Ik wilde snel naar huis en op de bank onder een deken wegkruipen. Dat had ik gedacht. De bank en ik zijn niet compatibel. De bank mist het nodige comfort voor mijn huidige beperkte bewegingsmogelijkheden. Gert-Jan stelde voor dat ik beter in bed kon kruipen om mijn gemiste nacht weg te slapen. Maar overdag in bed liggen, is niet mijn ding. Daar ben ik per definitie te onrustig voor. Dan moet ik wel echt ziek zijn. Bovendien had ik niet het gevoel te kunnen slapen.

Gert-Jan riep al snel dat ik langer in het ziekenhuis had moeten blijven. Misschien wel, maar dat was alleen maar uitstel van het onvermijdelijke geweest. De overgang van ziekenhuis naar thuis is simpel enorm te noemen. In het ziekenhuis zijn geduld en hulp werkwoorden en vanzelfsprekend. Als je daar om een kussen vraagt, wachten ze tot je aangeeft het juiste gevoel van comfort te hebben bereikt en zijn ze niet al door naar de volgende patiënt. Eerst vragen ze of ze nog wat voor je kunnen doen. Thuis is dat geen automatisme of vanzelfsprekendheid, laat staan een werkwoord. Gert-Jan staat op, pakt en geeft het kussen aan en zit alweer onderuitgezakt voordat ik de kans krijg om aan te geven dat ik ook nog hulp nodig heb bij het sjorren aan het kussen achter mij. Zo lijk ik al snel veeleisend en lastig. Ik ben beperkt in mijn bewegingen en kan en mag niet al te veel. Ik heb geen keus en moet mij dus afhankelijk opstellen.

Slaapgebrek is natuurlijk niet bevorderlijk voor mijn herstel. Maar gisteravond leek ik wel dronken, zo moeizaam en onsamenhangend kwam ik uit mijn woorden. Net zo moeilijk bleek het om mijn vingers aan te sturen bij het typen. Het leek nergens op. Ik vroeg me af of het gevolgen waren van de narcose of dat ik misschien zelfs een lichte hersenbloeding op de koop toe had gekregen. Maar het is ongetwijfeld de vermoeidheid.

Door de irritaties over en weer zat mijn hoofd vol genoeg om opnieuw een nacht lang niet in slaap te komen. Maar met twee etmalen niet slapen voel ik dat ik mijn grenzen heb bereikt. Gelukkig heb ik tussen de regels door ontdekt waar het wringt en weet ik wat nodig is om te kunnen slapen … rust tussen mijn oren. De kleinste irritatie is voldoende om mij wakker te houden. Werk aan de winkel dus. Communiceren en alle irritaties buiten de deur houden.

Wat wel naar mag? Nou dit dus! Op deze regenachtige zaterdagochtend werd er aangebeld. Merel doet open en komt volgens naar binnen met een bos bloemen die groot genoeg is om Merel volledig achter te laten verdwijnen. Ik vroeg haar om Gert-Jan wakker te maken met de opdracht een grote vaas te gaan kopen. Vervolgens belde ik mijn zusje (Hettie) van wie het boeket afkomstig bleek te zijn en vertelde dat ik echt geen vaas in huis heb voor zulke extremiteiten. Ik stelde voor dat ze bij een volgende gelegenheid eerst voor een vaas zorgt (zelf koop ik nooit bloemen; ik vind het namelijk zo triest als het boeket verwelkt is. Ik ben een krent en vind ik het dan doodzonde van alle euro's die ervoor zijn neergeteld). "Mama had daar vroeger de ideale vaas voor, weet je nog die Keulse pot?" zei ik.
 
"Die vaas staat bij jou" hoorde ik haar zeggen ... Check, ik heb al vijf jaar de ultieme vaas voor het meest exorbitante boeket rozen in huis ... de blauwe Keulse pot die we met feestdagen tot de rand toe vulden met zelfgemaakte bowl van vers fruit en natuurlijk veel wijn.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen