maandag 9 juni 2014

Kalverliefde flashback bij WK hockey

Vele jaren geleden, ik was een jaar of twaalf en nog maar net brugpieper-af, maakte ik kennis met het fenomeen vrienden-van-grote-broer-Frank. Lieve help, wat keek ik op tegen de vrienden van mijn grote broer. In stilte vond ik ze leuk. Ze zagen mij ‘het-kleine-zusje-van’ natuurlijk niet of nauwelijks staan. De verjaardagen van mijn grote broer en mij liggen slechts drie dagen na elkaar. Niet zelden viel zijn feest op mijn verjaardag. Toen ik zestien werd kwam grote broer inmiddels-op-kamers zijn voedselmand (standaard cadeau van pa en ma als tegenwicht-voor-de-vele-kratten-bier-en-zwaarder-spul) ophalen. Hij was in gezelschap van een van zijn beste vrienden. Meer dan dertig jaar later zijn ze nog steeds vrienden.

In stilte vond ik hem leuk. Ik werd dus zestien. Hij wist van onze bijna-dezelfde-verjaardagsdatum en feliciteerde mij en zei “Margriet, je bent nu bijna op een leeftijd dat ik bijna een gesprek met je kan voeren” (of was dat toen ik achttien werd – ik weet het niet meer). Mijn hart was nog net niet gebroken. Toen hij een jaar of wat later een vaste relatie bleek te hebben, baalde ik wederom “in stilte”. Gekheid, een gouden kerel en het is lang geleden dat ik hem zag.



Gisteren in het ADO stadion tijdens de wedstrijden van het WK hockey was ik vooral beducht of ik per ongeluk mijn ex zou zien (die is namelijk behoorlijk van de hockey). Het was feest in het Kyocera en Nederland won met 7-1. Voorafgaand aan de wedstrijd had ik mijn eigen prijs (letterlijk) gevangen: een shirtje met ingebouwde “sambaballen” en de handtekeningen van de mannen van het Nederlandse team erop geschreven. Ik trok ‘m over m’n nieuwe jurkje en met twee zonnebrillen op (een oranje exemplaar bovenop mijn hoofd en één voor het echte blindeer-/camouflagewerk)  ging ik lekker uit mijn dak.

Bij gebrek aan spontane mannelijke spierkracht had ik eerder al een heer-op-leeftijd de vele treden van het stadion naar boven geholpen. Hij dreigde halverwege achterover de kukelen of te bezwijken onder de inspanning. Ik wenkte of hij hulp nodig had en snelde hem tegemoet een aantal treden lager dan waar wij zaten. Eenmaal veilig op zijn stoeltje op rij 22 (ofwel in de nok van het stadion) gaf ik een paar knullen van ruim onder de twintig vriendelijk doch dringend de opdracht c.q. het verzoek de goede-oude-man onder geen enkel beding zelfstandig naar beneden te laten gaan. Hij zou zijn nek breken (minimaal). Ze beloofden het. Tot mijn geruststelling zag ik hem later gezelschap krijgen van leeftijdgenoten die beter ter been waren en zich ongetwijfeld over hem zouden ontfermen. Eigenlijk bevat dit voorval een ernstig gevalletje van kritiek op de organisatie. Hoe kunnen ze zo’n bejaarde man 22 trappen op laten klimmen, wetende dat hij ook weer omlaag moet (omlaag is altijd zwaarder/moeilijker dan omhoog). Er was geen enkele vorm van trapleuning of houvast. Zo waren er ook spierbundeltjes die minder validen op de rug namen om naar boven te klimmen. Dat zou verboden moeten zijn. Maar misschien voel ik paniek en zie ik gevaar waar dat niet nodig is.

Denk de leuning weg en zie
een heer-op-leeftijd zwetend naar boven klauteren ...
Terug op mijn plek had ik niet door wie er rechts van mij kwam zitten. Hij had een zonnebril op (nee-het-was-niet-mijn-ex). De vrouw naast hem kwam mij vaag-bekend-voor. Toen de wedstrijd was beëindigd, bleven we nog even hangen voor de ereronde van de heren. Op een gegeven moment keek ik de man naast mij in de ogen. Hij was inmiddels bezig met zijn afdaling en had zijn zonnebril af. Ik schoot vier plaatsen naar links en vroeg mijn andere broer “is dat T”. Hij was echter inmiddels uit beeld tussen de menigte. Ik twijfelde en toch ook weer helemaal niet. De enige punt was dat ik niet het idee kreeg dat hij mij herkende. Tja, ik heb een smal snoetje gekregen en waarschijnlijk zag ik er zotter uit dan ooit met mijn sambaballen-shirt-met-handtekeningen-en-oranje-zonnebril-van-AH-op-mijn kruin. De zonnebril op mijn neus zal voor de verdere incognito-status hebben gezorgd.


Zodoende liet ik hem gaan, te schijterig om te vragen “ben jij Titus”. Dat duurde tot ik thuis de foto ontdekte waarop hij stond in zijn eigen incognito-uitvoering. Het toeval wil namelijk dat ik een (vreselijke) selfie had gemaakt van mijzelf-in-mijn-gewonnen-sambaballen-shirt-met-handtekeningen. Laat hij nu net met-petje-en-zonnebril-op bijna-incognito-behalve-voor-echte-vrienden te staan. Ik stuurde de foto door naar grote broer (die al had bevestigd dat het mogelijk was omdat hij inderdaad in het stadion aanwezig was). Die liet vervolgens weten de foto-met-mijn-mail te hebben doorgestuurd …

Maar ik had mijn antwoord reeds gevonden op LinkedIn in de vorm van een profielfoto niet van hem (zijn haren zijn daar te lang) maar die van zijn vrouw. Dat waren ze: dag Titus, dag Isabelle, het was kort maar krachtig.

En oh ja: er liepen ook nog giraffes rond ter aanmoediging van het Zuid-Afrikaanse team. Het mocht niet baten, hoe schattig ze ook waren.





Helemaal vooraan mogen parkeren ...
omdat we in een Volvo rijden.
Het lijkt net discriminatie.
Een parkeerplek gereserveerd voor Volvo-rijders.
















Tot volgend weekend, de finale van de dames. Wordt het Nederland?
Hamvraag: naast wie zit ik tijdens de damesfinale!?

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen