Als ik vroeger klaagde bij mijn moeder dat ik te dik was dan wist zij dat altijd te relativeren met “Ach meid, er zijn toch véél dikkere mensen dan jij!”. Daarmee was de kous af. Ik moest niet zeuren en aangezien ‘elk pondje door het mondje ging’, was het m’n eigen schuld.
Toen ik in 2002, een jaar na het onverwachte overlijden van mijn moeder, net uit een depressie opkrabbelde, bleek ik borstkanker te hebben. Toen dat ‘voorbij was’ kon ik mij enorm irriteren aan ‘klagers’. Klagers, dat zijn mensen die denken dat ze het slecht hebben. Van die vrouwen die bij de zwemles van hun kinderen tegen elkaar lopen te klagen dat hun derde vakantie dat jaar (een weekje Turkije of zo) toch eigenlijk helemaal niet zo leuk was. Het was te warm of het eten was niet zo lekker, of het personeel was niet zo vriendelijk. Dat soort klachten, brrr. Dan moest ik mij beheersen om het niet uit te gillen hoe goed ze het hadden. Als ik vertelde wat me was overkomen, dan werd er geconstateerd dat ik vast een sterke vrouw was geworden door dat alles. Ik voelde me alles behalve sterk, maar goed.
April 2013 stond ik gevoelsmatig op de top van de Mount Everest en verklaarde sterk en gelukkig te zijn. Wie "de Goden verzoekt" krijgt gehoor en ik kukelde van de berg met borstkanker 2.0. Ik bleef overeind en vond mijn weg terug naar de top. Ik besloot voortaan uit de wind te blijven. Tijdens Covid-19 blijkt het leven bar saai te worden. Borstkanker 3.0 klopt ongevraagd aan. Maar nu zijn er uitzaaiingen ...
Posts tonen met het label klagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klagen. Alle posts tonen
vrijdag 27 april 2012
Abonneren op:
Posts
(
Atom
)