vrijdag 27 april 2012

Over relativeren en klagen

Als ik vroeger klaagde bij mijn moeder dat ik te dik was dan wist zij dat altijd te relativeren met “Ach meid, er zijn toch véél dikkere mensen dan jij!”. Daarmee was de kous af. Ik moest niet zeuren en aangezien ‘elk pondje door het mondje ging’, was het m’n eigen schuld.

Toen ik in 2002, een jaar na het onverwachte overlijden van mijn moeder, net uit een depressie opkrabbelde, bleek ik borstkanker te hebben. Toen dat ‘voorbij was’ kon ik mij enorm irriteren aan ‘klagers’. Klagers, dat zijn mensen die denken dat ze het slecht hebben. Van die vrouwen die bij de zwemles van hun kinderen tegen elkaar lopen te klagen dat hun derde vakantie dat jaar (een weekje Turkije of zo) toch eigenlijk helemaal niet zo leuk was. Het was te warm of het eten was niet zo lekker, of het personeel was niet zo vriendelijk. Dat soort klachten, brrr. Dan moest ik mij beheersen om het niet uit te gillen hoe goed ze het hadden. Als ik vertelde wat me was overkomen, dan werd er geconstateerd dat ik vast een sterke vrouw was geworden door dat alles. Ik voelde me alles behalve sterk, maar goed.

Ik ben niet zo goed in relativeren. Met alles wat we zo onderhand hebben meegemaakt, vind ik dat het kruisje in onze tuin behoorlijk groot is. Wat mij betreft is ons kruisje uitgegroeid. Ik krijg het gevoel onevenredig veel op mijn bord te krijgen. Natuurlijk is het zo dat “ieder huisje z’n kruisje heeft”. Alleen weet je niet altijd wat er achter andere deuren speelt. Maar er zijn huizen met nog veel grotere kruisjes dan dat van ons. Hoe waar is dat! Vandaag wil ik daarbij stilstaan.

Vandaag een week geleden verongelukten de uitbaters van ons favoriete stekje in het winkelcentrum van Veldhoven. Ze waren een weekje op vakantie. Bij Ouddorp botsten ze frontaal op een vrachtwagen. Vader, moeder en jongste dochter (15) zijn overleden. De oudste dochter (18) heeft alles bewust meegemaakt en neemt vandaag afscheid van haar ouders en zusje. Zij moet alleen verder.

Op Twitter las ik vandaag een bericht dat een klein meisje de strijd tegen kanker gaat verliezen. Eerder verloren haar ouders al hun zoontje aan dezelfde zeldzame vorm van kinderkanker. De kans op zo’n tumor is 1 op 100.000 per jaar. De kans dat je allebei je kinderen verliest door dezelfde vorm van kinderkanker, hoe groot is die? Nihil en toch gebeurt het!

Misschien moeten we toch maar met z’n allen gaan relativeren. Het kan bijna altijd nog erger. De meesten onder ons hebben het lang niet slecht.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen