zaterdag 21 april 2012

Die goeie oude tijd "Wij waren helden"

Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat wij als geborenen in de 30-er/40-er/50-er en 60-er jaren nog leven? Volgens de theorieën en statistieken zouden we toch allang dood moeten zijn? Wij zaten in auto’s zonder veiligheidsstoeltjes, gordel of airbag. Onze bedden en speelgoed waren geschilderd met verf vol lood en cadmium. Boven aan een trap was geen hekje, wie te ver ging, kukelde naar beneden.


Als je wakker werd in bed hoorde niemand dat en als er echt iets was, moest je hard schreeuwen vóórdat je ouders het merkten. Flessen met ‘gevaarlijke’ stoffen en alle apotheekflessen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen. Poorten en deuren gingen gewoon dicht en als je met je vingers er tussen zat, waren ze in pijn. Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager en probeerde je je vast te houden aan het zadel voor je. Een helm hadden ze nog niet eens op een bromfiets, laat staan op een fiets.

Water dronken we uit de kraan, niet uit een fles. Brood stond stijf van conserveringsmiddelen, na twee weken was een kadetje nog net zo vers als in de winkel. Kleur- en smaakstoffen moeten ook toen al bestaan hebben, want zo rood, groen of geel als die limonade toen was, zie ik ze nu echt niet meer. Een kauwgom legde je ’s avonds op het nachtkastje en stak je ’s morgens weer in je mond. Op school hadden ze maar een maat bank en met zo’n heerlijk gevaarlijke klep eraan.

Schoenen waren meestal al ingedragen door broer, zus, neef of zo, en ook je fiets was te groot of te klein. Een fiets had geen versnellingen en als een band kapot was, leerde je vader je zo snel mogelijk om hem zelf te plakken. We gingen ’s morgens weg van huis en we kwamen ’s winters terug als de straatverlichting aan ging. Niemand wist in de tussentijd waar we waren en we hadden geen GSM mee!

Het bos of een park was een plek om te spelen en geen vieze mannetjesverzamelplek. Als we naar een vriendje gingen, liep of fietste je er gewoon naar toe, je hoefde niet aan te bellen en ook geen afspraak te maken. Er ging ook geen volwassene met je mee. Wij aten ook al gebak/koekjes en kregen brood met veel boter en werden toch niet dik. We dronken uit dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd er ziek van.

Wij hadden geen Playstation, Nintendo, X-box, 64 televisiezenders, videofilms, dvd, surround sound, eigen televisies, computer of internet. Wij hadden vrienden! De televisiezender begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor kinderen en oh wee als je daarna durfde op te staan om op een knopje van een andere zender te duwen (die zaten aan het toestel vast). Pa bepaalde wat en hoe lang je daarna nog keek.

We hebben ons gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen en hier werd niemand voor naar de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er ook nog zelf een extra pak slaag voor. Wij vochten en sloegen elkaar soms bont en blauw, er was geen volwassene die zich er druk over maakte, laat staan een lieveheersbeestje op je jas knoopte.

Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf; met stokken sloegen we naar ballen, we bouwden zeepkisten en merkten onder aan de berg dat we de rem vergeten waren. We voetbalden op straat en alleen wie goed was, mocht mee doen; wie niet goed genoeg was, moest maar blijven kijken en leren omgaan met teleurstellingen.

We speelden op straat, knikkerden, stuiterden in de goot, puttenlopertje, ra, ra wie heeft die bal en probeerden onze zelfgemaakte vliegers de lucht in te laten gaan.

Op school zaten ook domme kinderen. Zij gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en kregen dezelfde lessen. Zij deden soms een klas nog een jaar en daarover waren ook geen discussies op ouderavonden. De meester had altijd gelijk. We smeerden onze boterhammen zelf, met een grote-mensen-mes, en als je ze vergeten was, kon je op school niets kopen! Als je de korst niet wilde eten, had je een beetje meer honger de rest van de dag.

Wij gingen met de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan de huisdeur naar je zwaaide, was je een watje! Als je problemen veroorzaakt had, waren je ouders het eens met de politie. Ze kwamen wel om je te halen, maar niet om je er uit te praten. Onze daden hadden consequenties. Dat was duidelijk en je kon je niet verstoppen.

Wij hadden vrijheid, mislukkingen, succes en verantwoordelijkheid. We hebben moeten leren er mee om te gaan. Onze generatie heeft veel mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief bezig zijn en daarbij risico durven nemen en instaan voor de gevolgen.

Hoor jij daar ook bij?

GEFELICITEERD! WIJ WAREN HELDEN!

(auteur onbekend)


Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen