donderdag 1 augustus 2013

"Als ik dat overleef, overleef ik borstkanker ook!"

Met die woorden stapte ik in Voorschoten in 2002 met mijn broer in een kermisattractie. Stoeltjes waren met rijen van een stuk of 3 à 4 (ik weet het niet meer) langs elkaar bevestigd aan zwenkarmen. Die zwenkarmen konden alle kanten op draaien. Ik vroeg aan de medewerker, die de zekeringen van de stoeltjes controleerde, welke positie de meest heftige was. “De buitenkant” vertelde hij mij en ik kroop in een stoeltje aan de buitenkant.

Nooit meer! Nee, nooit meer klim ik in een soortgelijke attractie. Het was een rustige zaterdagmiddag en de medewerker die de knoppen bediende, dacht misschien leuk te zijn. Anders was hij misschien in een gulle bui. Wat het ook was, wij kregen ongevraagd een tweede ronde. De g-krachten werden op onze lichamen losgelaten en we gingen voorover, achterover en in het rond met een snelheid die ik niet kan verwoorden. Toen we dachten dat het klaar was, begon het ding opnieuw. Ongewenste gevolgen na deze ‘twee-in-een’ waren onvermijdelijk. Teveel van het niet-zo-goede: mijn broer kwam wankelend uit het stoeltje en bleef op de planken van de trappen zitten met zijn hoofd tussen zijn handen over zijn knieën gebogen. Ik was er niet zo heel veel beter aan toe. We voelden ons groen en geel. We strompelden naar de poffertjestent want de kinderen wilden wel poffertjes. Normaal niet vies van een wijntje, verkoos ik een glaasje water. Meer durfde ik niet te proberen, poffertjes al helemaal niet.

Waarom was ik in die attractie gegaan? Ik ga zelden in een attractie, ook toen keek ik liever toe. Ik had mijn portie ruimschoots gehad na een angstig avontuur in een roterende ton in Athene tweede helft jaren 80. Geen beugels met zekeringen maar gewoon bankjes rond de buitenwand en buizen waar je je aan vast moest houden. Ik heb alles bij elkaar gegild, overtuigd dat ik eruit zou vliegen. Mijn vrees was niet zo gek, want met het snel toenemende angstzweet in mijn handen, waarmee ik mij in een verkeerde houding/afstand moest vasthouden, was eigenlijk levensgevaarlijk. Lange tijd heb ik geen attractie meer betreden.

Maar in 2002 was ik op zoek naar een vorm van bevestiging. Ik dacht dat ik dood zou gaan. De paardenmarkt van 2002 in Voorschoten was kort na mijn diagnose borstkanker 1.0 en het wachten was op de operatie een paar dagen later. Ik bedacht dat als ik die attractie zou overleven dat ik de operatie en de kanker dan ook wel zou weten te bedwingen. Zo groen en geel als ik uit die attractie kwam, heb ik mij nooit eerder en ook daarna nooit meer gevoeld. Gelukkig zelfs niet bij de huidige gevreesde chemokuren. 

Toen ik later een ex-buurvrouw vertelde van onze kermisstunt en mijn link naar overlevingskansen concludeerde dat de redding nabij was geweest. Op nog geen steenworp van de attractie was de praktijk van huisartsen, fysiotherapeuten etc. gevestigd. Als ik uit de attractie was gevlogen, was ik volgens haar vast en zeker door het artsenteam opgevangen en gered. Af en toe zie ik mij in gedachten vliegen vanuit die attractie zo in de armen van een prachtige fysiotherapeut. Het leek me wel wat. Bijna vond ik het jammer dat alleen mijn evenwichtsorgaan in problemen was geraakt en dat de zekeringen van de stoeltjes het hadden gehouden.

Toen ik in 2009 met mijn zus in een achtbaan klom van Bobbejaanland, stonden mijn dochters bijna in tranen langs de kant. Ze waren er van overtuigd dat het niet goed zou aflopen. De Typhoon is wat mij betreft wel heftig. Ik ben immers erg weinig gewend. Langzaam wordt je omhoog getrokken en vervolgens val je met je cabine naar beneden om vervolgens door te schieten in een soort spiraal. Het ging allemaal zo snel dat ik blij was dat er foto’s waren gemaakt met telelens. Ik hoopte er net zo stoer uit te zien als dat ik me voelde omdat ik er überhaupt was in gestapt. Maar dat was helaas niet zo. Als ik ver genoeg inzoom op mijn gezicht, zie ik overduidelijk dat ik mijn ogen stijf dicht houd. 

Betrapt! Ik ben niet stoer. Bij borstkanker 2.0 blijf ik dan ook maar ver van de heftige attracties. Zeker nu ik aan de chemo ben.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen