zaterdag 19 oktober 2013

De oogarts

Even naar het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond

Aan de vooravond van de zevende chemokuur kan ik mijn draai niet helemaal vinden. Binnen een maand ben ik twee keer ziek geweest, griep waar ik normaal gesproken niet aan meedoe. Amper bijgekomen van de tweede ronde, word ik geplaagd door een geïrriteerd oog. Ik maakte me in eerste instantie niet zo druk en gaf aangetaste slijmvliezen de schuld.

Een week geleden ging ik ’s avonds steeds vroeger naar bed omdat zowel laptop als tv teveel licht afgaven. Ik begon steeds meer met mijn ogen te knijpen om de lichtval te ontwijken. Afgelopen maandag was mijn oog opeens rood en zo besloot ik toch maar de huisarts te bellen. Die was echter met herfstvakantie en haar vervanger had pas de volgende dag tijd.

Dinsdag ging ik met de auto naar de vervangende huisarts. Die vertelde mij dat ik bij een oogontsteking niet moet wachten en daar dezelfde dag nog naar moet laten kijken. Ik vertelde dat haar agenda vol was en dat ik – omdat de “last” niet zo extreem was en de irritatie al even duurde –  niet had aangedrongen op een afspraak diezelfde dag. Na controle besloot zij – zonder kans op protest van mijn kant – mijn oog af te plakken na het vol te hebben gespoten met antibioticazalf. Er leek een beginnend zweertje te zitten op mijn hoornvlies. Dat had ik al eens eerder gehad, maar dan zonder afgeplakt oog. Mijn nek extra verrekend reed ik met één oog in de auto naar huis. Gelukkig was het vroeg in de ochtend en door de herfstvakantie waren er geen roekeloze, fietsende scholieren onderweg naar school. Ik kwam veilig en zonder brokken thuis. De volgende ochtend trok ik voor de algehele veiligheid van mijn medeweggebruikers het verband van mijn oog voordat ik in de auto stapte voor een controle bij de huisarts. Het oog leek wat rustiger en ik mocht met een recept voor antibioticadruppels naar huis.

Vrijdagmiddag bedacht ik mij dat het eigenlijk helemaal niet zo lekker ging en bij thuiskomst van Gert-Jan nam ik even na 16.00 uur twijfelend contact op met de vervangende huisarts. Zij besloot opnieuw contact op te nemen met de dienstdoende oogarts en zou mij terugbellen. Ze belde terug met de mededeling dat de oogarts mij zelf wilde zien. Fijn dat hij nog tijd wilde maken zo vlak voor het weekend. Er was echter een “maar”. De dichtstbijzijnde dienstdoende oogarts bevond zich op dat moment in het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond en we moesten er vóór 17.15 uur arriveren. Gert-Jan besloot via de A67 te rijden. In de spits dwars door de stad, ook al was het herfstvakantie, was volgens hem geen snellere route. Ondanks een korte verstopping vlak voor Geldrop die niet meer dan een loze file bleek te zijn en flinke omleidingen in Helmond zelf arriveerden we om 17.05 uur bij het ziekenhuis.

Intussen was ik toch wel een beetje zenuwachtig om op zo’n late vrijdagmiddag nog de kostbare tijd van een oogarts te misbruiken. Stel je voor dat hij niets bijzonders zou constateren. Wat als ze mij een aansteller vinden. Gert-Jan vond mijn oog helemaal niet zo rood. Maar de huisarts had gezegd dat als het niet beter werd of onverhoopt minder, dat ik dan weer contact op moest nemen. Zij had met de oogarts overlegd en zij hadden besloten dat ik moest komen. Een weekend doorlopen vond ik toch geen optie. De ontvangst in het Elkerliek voelde als een VIP-behandeling. Bij de receptie vroegen we naar de poli voor oogheelkunde en de jongedame vroeg naar mijn naam. Zij bleek op de hoogte te zijn van mijn komst. Ik werd als patiënt ingeschreven en we werden doorverwezen naar de assistente van de oogarts. De poli was verder uitgestorven. De oogarts liet ons binnen en hij wees ons onze plaats. Ik mocht in de grote stoel en Gert-Jan mocht “op mijn tasje passen”.

Laat ik eerst iets vertellen over mijn ervaringen met oogartsen want die is sinds gisteren 180 graden bijgesteld. De eerste oogarts was Dr. Van Maanen. Hij woonde in het huis dat ooit het eigendom was van mijn overgrootvader. Ik vond hem niet aardig, want hij bepaalde dat ik met een bril op mijn neus door het leven zou moeten.

Op mijn zestiende liet ik lenzen aanmeten. Een enkele keer raakte ik er een kwijt maar over het algemeen was ik bijzonder zuinig op mijn kunstmatige ogen. Toen ik jaren later (1986) bij de opticien kwam omdat ik mijn lenzen had vernield, bleek ik vijf jaar te hebben gedaan met dat setje lenzen. Tijdens mijn vakantie in Griekenland had ik ze ’s nachts bij een niet geplande logeerpartij en bij gebrek aan lenzenvloeistof bewaard in alcohol. De volgende ochtend bleken ze te zijn gekrompen. Bovendien waren het opeens zachte lenzen in plaats van harde. Er was nog een optisch waarneembare verandering: ze waren voorzien van een blauwe tint. De alcohol bleek spiritus te zijn geweest. Mijn opticien vroeg waarom ik ze niet “gewoon droog” had gewaard. Wist ik veel, ik dacht dat ze in vloeistof bewaard MOESTEN worden. Ik had nog geprobeerd ze nog in mijn ogen te doen. De pijn die ik toen voelde en de mate waarop mijn ogen zich in paniek sloten, is vergelijkbaar met toen ik een keer een vuiltje in mijn oog had. Zeg maar “niet-nadenkend” wipte ik de desbetreffende contactlens uit mijn oog en legde hem op mijn tong. Met mijn vingers plaatste ik hem terug in mijn oog. De vingers waarmee ik de lens had vastgehouden waren dezelfde vingers waarmee ik op dat moment een Spaanse peper aan het schoonmaken was.

Mijn ogen waren niet blij dat ik zuiniger was op mijn contactlenzen dan op mijn ogen zelf. In de jaren daarna werd ik geplaagd door infecties. Een bindvliesontsteking en later een zweertje op mijn hoornvlies. Bij die hoornvliesontsteking kon ik zo weinig licht verdragen dat ik met de gordijnen dicht en zonnebril op mijn neus mijn ogen nog steeds moest afschermen voor de lichtstralen van de tv. Meestal werd in zo’n situatie een zalfje voorgeschreven en kwam het weer goed.

Toen ik uiteindelijk een virus in mijn ogen kreeg, adviseerde de opticien om een maandje mijn lenzen uit te doen. Door al het gefriemel en gewrijf was het virus via mijn vingers heen en weer verspreid. Volgens hem hadden mijn ogen rust nodig. Beteuterd deed ik mijn oude bril op en in een paar weken verminderde mijn gezichtsvermogen dramatisch. Steeds meer moest ik mijn bril kantelen om het gewenste zichtvermogen te bereiken. Na een maand had ik nieuwe brilglazen nodig. De opticien kwam er niet uit en verwees mij door naar de oogarts. Ik mocht naar het Leyenburg Ziekenhuis in Den Haag. Ofwel: hét oogziekenhuis van de regio Haaglanden. Geen probleem want in die tijd (begin jaren negentig) woonde ik in Den Haag.

In die jaren waren wachttijden van vele maanden niet ongebruikelijk tenzij er absolute spoed was. Gelukkig kon ik wel vlot terecht. Toen ik aan de beurt was, mocht ik mijn verhaal doen, de assistente (ik begreep wel dat het niet de oogarts zelf was) deed een eerste meting en vervolgens zou de specialist erbij komen. Die deed een tweede meting en vervolgens bleek er nog iemand in de poppetjes van mijn ogen te willen kijken. Toen pas bleek dat dit dé oogarts was. Hij mompelde wat en leek op eenzame hoogte te verkeren. Hij werd aanbeden als een heuse “Professor” en ik kreeg het gevoel dat het bijzonder was dat hij überhaupt tijd voor mijn ogen had vrijgemaakt. Hij schreef zijn bevindingen op een recept en dat mocht ik aan de opticien overhandigen voor nieuwe glazen.
Lenzen zaten er niet meer in. Door een tekort aan traanvocht waren mijn ogen ongeschikt voor lenzen. Ik had namelijk behoorlijke cilinders ontwikkeld waardoor aangepaste lenzen nodig waren. Aangepast op een zodanige manier dat de lens niet mag draaien omdat er een boven- en onderkant aan zit. De ronding van mijn ogen was al die jaren door de half-harde lenzen kunstmatig rond gehouden. In één maand zonder lenzen was de ronding van mijn ogen zodanig onregelmatig geworden dat het gezichtsvermogen sterk was gereduceerd. Het kantelen van mijn bril zorgde voor een kunstmatige cilindrische werking van mijn brilglazen. Als ik dat had geweten, had ik mijn lenzen nooit uitgedaan. Maar goed, er was geen weg terug.

Met de nieuwe metingen begaf ik mij beteuterd naar de opticien. Hij opende de brief van de oogarts en concludeerde dat deze oogarts wel een héél erg “professor-handschrift” had. Ik kan mij niet herinneren hoe hij het ontcijferd heeft. Volgens mij heeft hij telefonisch contact opgenomen met de assistente. Maar een bril met het juiste zicht was het resultaat.

Jaren later heb ik nog eens geprobeerd met absurd dure maatlenzen van een bril af te komen. Het was een drama. Door het traantekort kon ik ze amper een paar uur verdragen. In 2004 of 2005 liet ik mijn ogen laseren en werd ik definitief verlost van mijn bril. Van die oogarts kan ik mij vooral de dure auto herinneren. Namelijk de enige peperdure BMW die bij de oogkliniek stond met een Belgisch kenteken en daar kwam ook hij vandaan. Overigens was hij zeer kundig. Negen jaar na zijn ingreep kan ik immers nog altijd zonder bril of lenzen alles zien en lezen.

De oogarts die gisteren in de poppetjes van mijn rechteroog keek, was alles wat de oogarts van lang geleden niet was. Het was een gewone, vriendelijke maar zeer kundige en betrokken arts. Er kwam geen assistente of oogarts-in-opleiding aan te pas. Hij vroeg naar de feiten en de problemen. Die zijn zoals de meeste van mijn problemen en aandoeningen gecompliceerd en niet zomaar in een paar woorden te vertellen. Ook bij mijn ogen heb ik nogal wat "geschiedenis" opgebouwd. De oogarts luisterde en keek vervolgens naar de ravage in mijn ogen. Door het gebrek aan traanvocht ziet mijn oog er doorgaans uit als de Sahara. De chemokuren maken het al niet veel beter door het aantasten van de slijmvliezen. Hij constateerde vrij snel dat het niet om een zweertje op mijn hoornvlies ging. Omdat ik geen splinter in mijn oog had (gehad) of iets anders in mijn oog had gekregen, was een beschadiging van het hoornvlies (dat achter het bindvlies ligt) niet waarschijnlijk.

Zijn diagnose bleek dezelfde als waar ik in de auto aan had gedacht. Sinds gisteren zat er namelijk opeens een blaasje aan de binnenkant van mijn ooglid. Ook mijn neus is wat gevoelig en zo bedacht ik mij in de auto dat ik wel eens een herpes aanval zou kunnen hebben. Een die ik overigens nog nooit in mijn ogen heb gehad. Het was de exacte diagnose van de oogarts: herpes simplex in mijn oog. De antibioticadruppels zijn vervangen door acyclovir zalf en een kuur van pillen voor 15 dagen. Zo wordt het virus van twee kanten aangepakt. Zowel van binnenuit bij de zenuwknoop als uitwendig via mijn geïrriteerde oog. Het resultaat is verbluffend, zelfs mijn gezichtsvermogen vaart wel bij de continue verbeterde vochtigheidsgraad waar het bindvlies nu van profiteert.

Ik was overdonderd door zijn vriendelijkheid en openheid. Een oogarts die gezellig keuvelt en vertelt over zijn dochters. Hij vertelde over zijn zwangere dochter en een dochter die in Australië woont. Dat ikzelf een flapuit ben die alles kan en wil delen met wie maar wil luisteren, is een feit. Maar dat een oogarts zo gezellig zit te vertellen op een moment dat ook hij aan een verdiend weekend hoort te beginnen, vind ik bijzonder. Aanleiding om over dochters te praten was er overigens wel want Gert-Jan moest tijdens het consult nog wat heen en weer "whatsappen" met Marieke. Door mijn bezoekje aan de oogarts kwam haar vervoer naar haar paardrijles in de knel.

Maandag mag ik opnieuw contact opnemen met de poli voor oogheelkunde. Een collega oogarts, dit keer in Veldhoven of directe omgeving, moet namelijk een controle uitvoeren om te bepalen of het virus is bedwongen. Zou het weer zo gezellig worden? Mijn complimenten voor de klantvriendelijkheid en service van het Elkerliek Ziekenhuis. Van de jongedame bij de receptie tot de assistente van de oogarts tot aan de (nacht)apotheek. Overal werden we even vriendelijk geholpen. De gegevens van de nieuwe  medicijnen werden naar mijn eigen apotheek gefaxt zodat al mijn gegevens goed geregistreerd staan. Er werd uitgebreid gecontroleerd of de nieuwe pillen en zalf geen contradictie zullen geven met de komende chemokuur en bijbehorende medicijnen.

Ik denk dat mijn oog mij dankbaar is dat ik toch besloot zo laat op de vrijdagmiddag nog naar de huisarts te bellen. Een nieuwe chemokuur had mijn met herpes geplaagde oog helemaal niet leuk gevonden. Bovendien ben ik nu weer op de hoogte van wat er mis is met mijn ogen. Reeds lang bekende problemen zijn nu voorzien van hun Latijnse benamingen. De cornea vertoont ODS punctata, ofwel het hoornvlies (cornea) heeft aan beide ogen (oculi  dexter et sinister: ogen rechts en links) beschadigingen (punctata).

Het moge duidelijk zijn zelfs voor de leek. Ik moet zuinig zijn op mijn hoornvliezen en dus ook op vrijdagmiddag als het bijna weekend is, moet ik niet licht oordelen over irritaties aan mijn oog. Immers een hoornvliestransplantatie zit ik echt niet op te wachten.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen