maandag 26 januari 2015

Update in etappes: deel 3 “Ik ben Doutzen niet”

Over de catwalk, onbeantwoorde vragen en dromen

Ruim anderhalf jaar na de diagnose van borstkanker 2.0 zit ik met een paar vragen. Vragen waar ongetwijfeld nooit antwoorden op gaan komen. Laat ik nou net niet [lees: TOTAAL NIET] kunnen omgaan met open eindjes … wie, wat, waar, waarom? Maar vooral “hoe en waarom” kon het bij zo makkelijk verlopen!?

Als ik de statistieken van mijn blog bekijk, dan kan ik bijvoorbeeld zien door welke zoekwoorden lezers naar mijn blog zijn geleid. Zoekwoorden kunnen variëren van mijn “zwak voor Tony Mora’s en "nog onbereikbaarder varianten" tot de onwaarschijnlijke rectificatie die ik “moest schrijven voor Gino Press. Een rectificatie die ik aangreep als een heuse uitdaging” [dat heeft ze een boel publiciteit opgeleverd … maar of ze daar op zaten te wachten!? Ik blijf ze raar vinden. {Ik mag zeggen wat ik vind toch? Zonder weer een nieuwe rectificatie te moeten schrijven wegens “laster”?. Ik weet dat je daar vandaag de dag in Parijs voor wordt afgestraft, maar toch, het is gewoon mijn mening, niets meer en niets minder. De mening van een “al jaren provinciaaltje”. Daar zou geen enkel “zichzelf respecterend persbureau wakker van moeten liggen [of wel?]}.


Maar daar wilde ik het eigenlijk niet eens over hebben … het gaat mij om onbeantwoorde vragen van een zwaardere kaliber, zeg maar van “niveau”. Waarom verliepen mijn chemokuren zo “makkelijk”. Waarom werkte de hoofdhuidkoeling (terwijl die “in mijn geval niet ging werken”)?. Waarom werd ik (TOTAAL) niet moe? Hoe kon het dat ik “gewoon kon blijven werken? Hoe kreeg ik een volledige herstelmelding voor elkaar bij de stafarts van de Arbo terwijl ik op dat moment al meer dan 16 maanden in de ziektewet zat en net aan één chemokuur volledig kon afstrepen als "goed [lees: "buitengewoon/onwaarschijnlijk goed"] doorstaan". Toevallig zag ik vorige week mijn oorspronkelijke bedrijfsarts lopen. Ik voelde een lichte neiging haar aan te vliegen toen ze mij tussen neus en lippen door gedag probeerde te zeggen [herkende ze mij of zei ze gewoon "standaard goedemorgen"). Ik deed het niet [zij is voor mij “passé” [met bonzend hart in de keel: adem in, adem uit “Zen/grrr”). De chemo sloeg maximaal goed aan. De operatie lukte zodanig goed dat mijn plastisch chirurg nog net niet naast haar schoenen loopt van trots [het scheelt niet veel]. Ze heeft zich overigens inmiddels bereid verklaard samen met mij de catwalk op te gaan om het resultaat te showen … (misschien zit ze te wachten op een belletje, of dacht ze "dat herinnert ze zich vast niet meer als ze wakker wordt uit de narcose na de littekencorrectie"). Maar vooruit hé, “ik ben Doutzen niet”. Niemand zit te wachten op “Margriet op de catwalk” ook niet met een buikborst; hooguit een paar “beroepsidioten” of “nep-tiet fetisjisten” ;-) [in positieve zin, want als ik een plastisch chirurg was, zou ik zeker wel naast mijn schoenen lopen van trots “dat heb ik gemaakt”]. Ook de dermatografe stond nog net niet in haar handen te klappen van blijdschap toen ze het resultaat aanschouwde van de eerste ronde van haar tepelhof-tatoeage [het scheelde weinig].

Terug naar “waar het om gaat”. Waarom verliep het hele traject bij mij zo makkelijk, waarom verloopt eigenlijk alles goed? Waarom, waarom en nog eens waarom? Ik wil ’t weten, ik kan 't niet uitstaan, die open vragen/eindjes! Het kan niet alleen maar zo zijn dat mijn “schrijfblokkade een duwtje in de goede richting nodig had”, dat ik schrijfvoer kreeg “om te delen” [dat doe ik natuurlijk heel graag, zeker positief nieuws … dat deelt zo lekker. 
Iedereen is trots en blij en iedereen kan makkelijk reageren want er hoeft geen enkele pijnlijke vraag te worden gesteld”. Men kan vertellen dat ik sterk ben en “hoe goed ik het wel niet doe” (vind ik ook hoor, maar het wordt me wel heel makkelijk gemaakt … het had zo anders kunnen lopen). Want weten jullie, er zijn vrouwen, meisjes … [sommigen stukken jonger dan ik (correctie: “In sommige gevallen “er waren …”) die er heel anders voor staan dan ik. Sommigen waren ook klaar, hadden de ellende ogenschijnlijk achter de rug, maar werden door de realiteit ingehaald en kunnen het nu niet meer navertellen. 

En behalve voor hen, is er ook het dwaalspoor dat ik misschien uitteken voor lotgenoten die nog midden in het traject zitten of het nog voor de boeg hebben. Als zij googlen op "ervaring met chemo" "hoofdhuidkoeling", "ac kuur", "prognose her2neu positief", "1ste chemo het rotst"[dat was een feestje], "wie kanker krijgt heeft domme pech" [waar zit de pech in mijn geval; de eerste ronde was veel erger; de tweede een cadeautje], "bijwerkingen", "borstkanker blogs". Om eerlijk te zijn, verbaast het me dat er nog niemand geklaagd heeft over de aard van mijn blog ... "te positief", "je spoort niet want zo 'leuk' is het niet". Klopt, het is niet leuk, maar eerlijk is eerlijk "ik heb erger meeggemaakt en dieper gezeten ... VEEL dieper dan in de afgelopen twee jaar.

Zo kan het verkeren dat ik hier maar zit te blaten “waarom” en tegelijkertijd denk aan een paar mooie laarzen.

bronvermelding

Moet ik gewoon alles dan maar lijdzaam accepteren en dankbaar aanvaarden? Ja, ik weet het. Ik ben een bofkont, maar waarom ik? Ben ik door het oog van de naald gekropen? [Nee, mijn onderbuik wist prima de weg en had geen lichtje of lantaarntje en zeker geen “Tom Tom” nodig …]. Mijn diepste dal was een stompzinnige aft tussen tong en kaak … “Hoe zwaar kun je het hebben tijdens chemokuren … een ADHD’er die niet kan praten”. De klachten die ik kreeg door een tekort aan vitamine D en B12 vielen niet mee, maar na flink wat injecties en ampullen is alles anders.

Mijn nieuwe borst is onwaarschijnlijk veel mooier en beter van vorm [ook mét littekens] dan die na borstkanker 1.0. De deuk die er een jaar geleden nog zat, is aangevuld met vel en weefsel uit mijn buik. Mijn buik is nog nooit zo strak geweest [nog niet toen ik een dreumes was]. Als ik geen zwak had voor mooie laarzen, ging ik voor bikini’s. Was het misschien toch de “Madonna of Forty Roses of Guadalupe” die mij een handje heeft geholpen, omdat ik haar zo aanbidt? Als dat zo is … dan wil ik haar aan mijn voeten …

Ik ga er een einde aan breien. Er moet mij nog een ding van het hart (oké: twee!). Nog steeds kan ik het iedere lotgenoot aanbevelen; sterker nog: wil ik haar aansporen ... probeer te blijven werken (niet "als het echt niet gaat", maar wel "als het alleen maar de "publieke opinie is" die zegt "je bent ziek, ga lekker op de bank zitten en laat je werk maar voor wat het is"). Dat werk kan van levensbelang zijn om er fluitend doorheen te komen ... Want echt, zonder mijn werk, zonder "een stok achter de deur" zat ik hier nu niet zo te "blaten". Denk erover na, overtuig je werkgever en je zelf en je collega's (en je bedrijfsarts ... in welke volgorde dan ook, re-integreren is het moeilijkste dat er bestaat. Dat voorkomen, is een belangrijk onderdeel van je herstel).

En nu ... die laarzen!

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen