donderdag 23 januari 2014

Natuurkunde college: “horror bij de oogarts”

Deze week ging ik voor controle naar de oogarts. Zij wilde zien of het dichtbranden van mijn traanbuis geen blijvend letsel had veroorzaakt. Doordat ik drie van de vier pogingen in een reflex mijn hoofd had weggedraaid, zat er een brandwondje als een streep over mijn ooglid.

Aangekomen bij de oog poli ging ik er van uit dat het zoals gebruikelijk weer lang zou duren voordat ik aan de beurt was. Ik had mij echter amper geïnstalleerd in de wachtkamer (die al redelijk vol zat) en mijn boek nog niet eens geopend toen ik mijn naam hoorde noemen. “Hè?” Ik riep “present” en keek verbaasd om mij heen. Ik vertelde de oogarts dat ik nog nooit zo snel aan de beurt was geweest en al helemaal niet eerder-dan—op-het-afgesproken-tijdstip.

Stiekem verdenk ik haar er van dat ze mijn blog heeft gelezen maar daar heb ik het nooit over gehad en volgens mij weet ze van het bestaan niet af. Ze gaf als antwoord dat ze het onnodig vond dat ik lang zou moeten wachten. Met name omdat er geen meting hoefde te worden verricht door de assistente. Onzin om dan zo lang te moeten wachten en bovendien was ik de eerste van het spreekuur.

Ze vroeg of ik een beetje bekomen was van het avontuur en vertelde dat ze tot de conclusie zijn gekomen dat de stroom toch echt een standje te hoog heeft gestaan. Normaal is die stand geen probleem als het op de huid wordt toegepast. Maar bij mijn oog zat traanvocht in de weg …

Juist: pure natuurkunde. Dat begrijp zelfs ik, terwijl ik nooit natuurkunde heb gehad op school. Dat vond ik ooit het voordeel van mijn schoolcarrière via de 3-jarige Mavo. Heel snel slechts een pretpakket. Niemand hoeft mij ooit nog uit te leggen wat “geleiding” van stroom is. Dat wist ik natuurlijk al want ik heb nog wel eens tijdens een behangsessie van mijn meidenkamer (het werden blauwe Laura Ashley-blommetjes) mijn ellenboog met een ontkoppeld stopcontact in contact gebracht (Jodelahiti).

Ik waardeer de duidelijkheid van mijn oogarts. Ook ben ik blij dat ik geen Amerikaanse ben. Dan zou ik met de verklaring van de oogarts ongetwijfeld direct een letselschade advocaat hebben ingeschakeld. Gelukkig zijn wij Hollanders en ben ik allang blij dat mijn oog zelf ongeschonden uit de strijd is gekomen.

Toen ze mijn oog controleerde, kon de oogarts vertellen dat het een angstig avontuur was, maar dat het tenminste met succes is verlopen. Mijn traanbuis is voorgoed dicht. Die gaat nooit meer open. De droogte is nog niet wonderbaarlijk verholpen en ik druppel vrolijk verder. Maar voortaan met een beetje effect. Het kunstvocht loopt niet meer linea recta door de afvoer weg. Zo af en toe valt het me op dat zelfs het wazige zicht minder wordt.

Vervolgens vroeg ze naar mijn behandeling en welke operatie ik precies zal ondergaan. Toen ik het had uitgelegd, vroeg ze hoe dat met de chemo combineert. Dat kon toch niet zo goed samengaan. Toen ik vertelde dat ik al klaar ben met de chemo riep ze uit “maar je hebt je haren nog”. Ik moest lachen en verklapte dat ik een klein beetje “vals speel” en dat een deel van mijn haar niet van mijzelf is. Dat zij het niet kon zien terwijl ze toch heel dicht bij me zit als ze in mijn ogen moet kijken, is toch wel het ultieme bewijs dat het uiterlijk-zichtbaar-ziek-zijn van heel korte duur is geweest.

Dat gaat veranderen als ik over een week of twee (in de dagen na de operatie) mijn ziekenhuisbed moet verlaten en rond mag strompelen met een acuut tekort aan buik vel. Ik zal waarschijnlijk rondlopen als een gebocheld oud vrouwtje. Maar gelukkig wel mét haar en mét twee ogen.



bronvermelding

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen