donderdag 16 januari 2014

Schampschot met stroom

Nooit meer! Nee, echt nooit meer laat ik een traanbuis dichtbranden. Als ik dat geweten had … NOOIT MEER.

Goedgemutst en met het idee dat er bijna een einde zou komen aan mijn wazige zicht, begaf ik mij vanochtend vanaf mijn werk naar het MMC om de traanbuis van mijn rechteroog te laten dichtbranden. Ik heb de afgelopen week eindeloos op Google gezocht naar informatie over deze ingreep. Ik begrijp nu wel waarom daar niets over terug te vinden is. Als je dat weet, neem je genoegen met een punctum plug ook als je die met de regelmaat van de klok verliest.


punctum plug

Nu moeten jullie weten dat ik niet gauw bang ben. Ik kan prima tegen bloed en laat met gemak een paar buisjes aftappen. Ook kan ik ademloos naar een hart-/longtransplantatie kijken. Een jaar geleden (weliswaar met ruggenprik) was ik volledig bij mijn positieven terwijl ik de orthopeed mijn grote teen en tweede teen liet doorzagen en rechtzetten/inkorten.
Negen jaar geleden liet ik mijn beide ogen laseren. Die ingreep viel overigens in de categorie “best wel eng”.
Ook de plaatsing van mijn port-a-cath, die ik kreeg vanwege de geplande chemokuren, gebeurde onder lokale verdoving. Ik heb begrepen dat menig patiënt deze onder volledige narcose laat plaatsen. Ik zou niet weten waarom ik daarvoor onder narcose zou gaan. Echt niet, en het ging niet eens zonder complicaties, want de chirurg kreeg slechts met moeite het bloedvat te pakken. Die ingreep liep behoorlijk uit tot anderhalf uur in plaats van het geplande half uurtje. Bij de dagbehandeling van de oncologie zaten ze dan ook met smart op mij te wachten voor mijn eerste chemokuur.

Zelden heb ik een verdoving laten zetten voor een gaatje in een kies. Dus eigenlijk vind ik mijzelf niet zo kinderachtig wat ingrepen betreft. Ik heb zelfs ook solidair met dochter Merel ooit een wratje aan mijn vinger laten behandelen met stikstof omdat zij er een onder haar voet moest laten behandelen.

Maar nooit meer! Nee, echt nooit meer laat ik een traanbuis dichtbranden. Ik had geen idee hoe dat zou gaan. Maar het ging zo …

Ik moest mij melden bij de balie van de hoofdingang. Daar werd ik doorverwezen naar de wachtkamer van de operatiekamer voor staaroperaties. Ik nam plaats tussen een tweetal gepensioneerde heren die op hun wederhelften zaten te wachten. Verder zat er nog een patiënt van eveneens gepensioneerde leeftijd met zijn wederhelft bij de komen van zijn ingreep. Ik was overduidelijk en veruit de jongste in de wachtkamer. Al gauw kwam de assistente mij halen. Ik mocht plaatsnemen in een behandelstoel en kreeg een mutsje om mijn haren te verpakken en hoesjes voor over mijn schoenen. Een kussentje onder het hoofd en een voor onder de benen. Vervolgens ging de stoel in een comfortabele stand achterover. Ik lag er prima bij en zag het helemaal zitten. De assistente druppelde een serie verdovingsdruppels in mijn oog nadat ze eerst nog gevraagd had of het inderdaad voor beide ogen was. “Néé”, zei ik “alleen rechts want met links zie ik 120%, dat wil ik zo houden”. Daar ging ze gelukkig mee akkoord.

Vlak voordat ik werd gehaald om naar de operatiekamer te worden gereden, kreeg ik nog wat extra verdovingsdruppels in mijn oog. De oogarts kondigde vervolgens aan dat ze wat gemene prikjes ging zetten als verdoving. Nou, dat viel best wel mee, ze waren hooguit een beetje gemeen, wat scherp, maar stelde het niet voor. Heel wat anders dan een holle naald in je ruggenwervel als ze een contrastfoto willen maken, of een naald in je kaak voor een wortelpuntbehandeling, of dus die naald van de verdoving in mijn vinger toen die wrat moest worden behandeld.

Maar toen kwam het. Het kussentje was onder mijn hoofd vandaan gehaald zodat ik beter en stabieler in het kommetje van de hoofdsteun lag. Ik nam mij voor goed stil te blijven liggen. Maar nog steeds had ik geen flauw benul van wat er boven mijn hoofd hing.

De oogarts stipte de traanbuis aan met haar apparaatje en in een flits draaide ik mijn hoofd een beetje weg. Ze stopte verschrikt en vroeg of het pijn had gedaan. Ik wist het eigenlijk niet, ik dacht vooral dat ik geschrokken was van het sissende geluid, de geur, eigenlijk van alles bij elkaar. Een beetje gevoelig was het wel. Ze probeerde het opnieuw en weer lukte het niet mijn hoofd stil te houden. De handeling werd nog twee keer herhaald waarvan het één keer te hebben was. Dat “contact” was kort en oppervlakkig. Na de vierde keer was ze klaar. Ik was ook “klaar”. Ik was volledig van de kaart en begreep nauwelijks wat me overkomen was. Ik voelde me alles behalve een bikkel of een kanjer waar ik al ruim acht maanden voor word aangezien.

Ik werd teruggereden naar de kamer van de assistentes om te worden uitgezwaaid. Eerlijk hoor, ze waren allemaal even lief en begaan met mijn paniek en mijn tranen. Ik kreeg zelfs nog een stukje koek voor bij de koffie aangeboden. Maar ik wilde weg van de onheilsplek. Terug naar mijn werk, maar niet voordat ik eerst om een spiegel had gevraagd. Ik wilde zien wat ik dacht te hebben gevoeld. Mijn oog had ze niet geraakt, dat wist ik wel, want dan zou ik dat toch zeker wel gevoeld hebben ondanks de verdoving. Al was de verdoving sterk genoeg geweest, dan nog zou toch minstens “het licht zijn uitgegaan in dat oog”.

Dichtbranden gebeurt dus met “stroom”. Het traanvocht en/of de verdovingsdruppels hebben de stroom mogelijk van wat extra geleiding voorzien. De oogarts had het idee dat de stroomstand misschien iets hoger dan anders stond, maar dat leek toch niet zo te zijn. Doordat ik mijn hoofd draaide heeft de oogarts mijn bovenste ooglid geschampt en daar zit nu een streep overheen. Een brandwondje. De mogelijkheid bestaat dat, ondanks dat dit een permanente afsluiting behoort te zijn, de traanbuis onverhoopt toch weer opengaat. Als dat zo is … nee NOOIT MEER. Het is maar goed dat ik voor slechts één traanbuis kwam, want een tweede ronde had ik zeker geweigerd.

De assistente bood nog aan mijn oog af te plakken maar ik bedankte vriendelijk. Dat leek mij niet zo handig aangezien ik nog met de auto naar huis zou moeten rijden. Ik ben teruggelopen naar mijn werk en heb daar nog wat ontdaan voor mij uit zitten staren met een kop koffie en een knuffel van mijn kamergenoot/collega.

Toen de meeste zalf uit mijn oog was weg getraand en het zicht weer enigszins normaal was, heb ik mij nog even op mijn werkzaamheden gestort. Al was het maar om mijn gedachten te verzetten, weg van dat akelige stroomapparaat …


Nee … NOOIT MEER!

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen