zondag 30 september 2012

Gezinsleven - Roze wolk


Toen onze dochter werd geboren, wist ik van toeten noch blazen. Stiekem wilde ik een kind dat al negen maanden zou zijn. Dat leek me veel makkelijker. Ik had nooit opgepast, een flesje klaargemaakt of een luier verschoond.

De enige baby ervaring op mijn curriculum vitae was ons buurjongetje van drie weken oud. Zijn moeder, vader en zusje van vier lagen met een extreem zware griep in bed. Als hij ook de griep zou krijgen, was de afloop onzeker.

Mijn moeder was kordaat en nam de baby onder haar hoede. Hij bleef tien dagen. Mijn zusje en ik vonden het geweldig. Op een dag vroeg ik mijn Duitse leraar of ik naar huis mocht om mijn buurjongen in bad te doen. Ik was vijftien. Toen ik vertelde dat hij drie weken oud was, mocht ik direct gaan. Na tien dagen kreeg onze buurvrouw nachtmerries dat ze haar baby moest delen. Haar man kon de zorg inmiddels enigszins overnemen en mijn moeder gaf ondersteuning.

Tijdens mijn zwangerschap maakte ik mij druk over de gebruikelijke dingen. Zou ik het allemaal wel goed doen? Was ik wel geschikt moedermateriaal? Zou de borstvoeding wel lukken? Zou het kindje niet allergisch zijn voor onze honden?

Na het zien van een reclamespotje op tv waarin een moeder en dochtertje “theetje dronken”, sloegen mijn hormonen op hol. Ik MOEST een dochter. Niets bracht mij van die obsessie af.

Tegen het einde van de zwangerschap volgde paniek. Ik was bang dat ik een dochter zou krijgen maar dat ze iets zou mankeren.

Op één ding was ik niet voorbereid: slaapproblemen. Al in de eerste nacht in het ziekenhuis werd ik gewekt door de nachtzuster. Ze kwam mijn dochter afleveren. “Ze wil haar moeder”, zei ze. Toen we de volgende nacht in ons eigen bed lagen, begon het feest pas goed. Drie weken lang huilde ze van 22.30 uur tot 6 uur in de ochtend.

Hysterisch liep ik met haar door het huis terwijl manlief probeerde te slapen. Ik gilde “slaap kindje slaap”. Overdag: dan sliep ze, zeven uur aaneen.

Ondanks de slaapproblemen leefde ik op een roze wolk. Ik had een dochter, en wat voor een. Ze was de allermooiste van de hele wereld. Het was eind november en slecht weer maar ik wilde naar buiten en bij iedereen aanbellen om haar te laten zien.

Toen ik een paar maanden later met haar in de draagdoek de honden uitliet, vroeg een meisje van een jaar of vijftien of ze mijn baby mocht zien. Natuurlijk mocht dat. Haar reactie “Oh, zelden heb ik zo’n mooie baby gezien” verbaasde mij niet. Ze sprak immers niets dan de waarheid.

Toen ze een maand of zeven was, volgde een tweede zwangerschap. We kregen nog een dochter. Deze dame gaf ’s-nachts weinig problemen. Zij besloot al snel gewoon de héle dag wakker te blijven. Dit zorgde ervoor dat ik ook overdag niet meer de kans kreeg om bij te tanken.

Tweeëneenhalf jaar na de geboorte van ons eerste kind raakte ik ongepland zwanger. Doodmoe was ik, vooral door al het slaapgebrek. Rond die tijd werd dochterlief ’s nachts acht keer huilend wakker. Het liep uit de hand.

Op een dag gingen we ’s morgens de trap af. Zij voorop en ik erachter met onze tweede dochter op de arm. Er flitste een gedachte door mijn hoofd. “Als ik haar nu een duw geef, ben ik er van af. Dan sluiten ze me op, maar dan mag ik vast wel slapen”. Ik voelde me zo schuldig, vooral ook omdat ik begrip had voor ouders die hun kindjes mishandelen of door elkaar schudden. Ik vertelde het mijn man en we gingen naar de huisarts. Het kon niet langer zo. Maar en oplossing kwam niet direct.

In het ziekenhuis werd ze uitgebreid onderzocht. Lichamelijk bleek ze natuurlijk niets te mankeren. Er kwam een soort maatschappelijk werkster in huis, die concludeerde dat ik maar naar de psycholoog moest, dan zou zij wel gaan slapen. Dat ging er bij mij niet in. Ik was labiel, natuurlijk, ik werd al tweeëneenhalf jaar elke nacht wakker gehouden en bovendien was ik inmiddels zwanger van ons derde kind. Dat ging ook niet zonder stress.

Een niet helemaal geplande zwangerschap waarbij ik er vanaf het moment van conceptie van overtuigd was dat het dan wel een jongetje moest zijn. Blijkbaar hoorde er nog een jongetje in ons gezin te komen. Ook bij de tweede zwangerschap had ik dwangmatig de voorkeur uitgesproken voor een dochter. Ik kon me niet voorstellen wat ik met een jongetje zou moeten doen.

Tijdens deze zwangerschap speelde nog een zware stressfactor mee, namelijk de mogelijkheid dat ik draagster kon zijn van een gen dat bij mijn oudste broer voor de spierziekte ‘SMA’ (spinale musculaire atrofie) heeft gezorgd. Wat als onze kinderen deze spierziekte zouden krijgen? Voor die tijd dachten wij dat hij een vorm van spierdystrofie had waarbij meisjes het gen dragen en jongens de ziekte kunnen krijgen. Met twee dochters waanden wij ons veilig. In die periode werd ons duidelijk wat SMA was en dat meisjes dit net zo goed konden krijgen. Onze jongste dochter viel constant, had altijd kapotte knieën. Ik vreesde dat zij een zwaardere vorm zou hebben dan mijn broer. Bij hem openbaarde de ziekte zich in zijn latere puberteit. Onze dochter was zestien maanden oud. DNA-onderzoek volgde. Later zou blijken dat dit te maken had met het feit dat ze meer wilde dan dat ze kon. Noem het maar ADHD.

Uit het DNA-onderzoek, dat met spoed werd afgehandeld vanwege mijn zwangerschap, bleek dat ik geen draagster was van het SMA-gen.

Dat ik dus een beetje labiel was toen die maatschappelijk werkster in huis kwam, was niet zo vreemd. Er was namelijk ook nog een verbouwing van de keuken gaande, waarbij mijn man net het nieuwe aanrechtblad had laten vallen en breken. Dit gebeurde toen hij het gat voor de wasbak had gezaagd. Het blad lag op twee schragen en mijn hulp was niet nodig. De maatschappelijk werkster trof mij in tranen en bombardeerde mij tot psychologenvoer.

Ik weigerde naar de psycholoog te gaan en wij kwamen op een wachtlijst voor video-hometraining. Bij het intakegesprek vertelde de desbetreffende dame dat ze niet verwachtte dat deze training ging helpen. Zelf had ze, zo vertelde ze, veel baat gehad bij een boekje: “Kinderen met slaapproblemen” van Ruttien Schregardus. In het boekje garanderen ze dat, als je de aanwijzingen opvolgt, een (gezond) kind binnen de doelgroep van 6 maanden tot 6 jaar binnen twee weken doorslaapt. Het boekje werd gekocht en het ongelooflijke gebeurde al na vijf dagen. We hadden nog niets eens de buren hoeven te waarschuwen zoals in het boekje werd geadviseerd. Waarschuwen dat je ’s nachts niet bij je kindje gaat kijken, dat het moet leren slapen en dat je het dus niet ‘aan het mishandelen bent’.

We waren nog bezig met het traject van de eerste week ‘het gedrag overdag’. ’s Morgens werden we in paniek wakker. Ik durfde niet te gaan kijken. Wiegedood, ik was er van overtuigd. Vanaf dat moment sliep ze vrijwel elke nacht door. Dit jaar wordt ze zestien. Ze kan een gat in de dag en verder slapen, net als toen ze een baby was. Regelmatig zie ik op Twitter dat ze behoorlijk laat nog actief is geweest. Maar mij heeft ze er gelukkig niet meer bij nodig.

Behalve toen we laatst via Twitter vernamen dat haar matras een aanslag pleegde op haar rug. De springveren van haar matras staken omhoog. Wij haalden een super-de-luxe bodem en matras en dochterlief gaat nu door het leven als Doornroosje.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen