vrijdag 17 mei 2013

Huildag


Vandaag gun ik mijzelf een huildag. Dat mag vast wel. Mijn leven staat alweer op zijn kop. Voor het eerst sinds ik mij kan herinneren, voelde ik mij gewoon gelukkig en onbezorgd. Het leven lachte me toe. Vandaag is alles anders.

Voordat de diagnose bekend werd, kon ik er nog redelijk laconiek mee omgaan. Mijn voorgevoel was wel niet goed maar toch kon ik me niet voorstellen dat het niet goed zou zijn. Het kon niet waar zijn dat de geschiedenis zich zou herhalen. Een flinke trap terug als ik uit een diepe put probeer te komen. Wel dus.

Gisteravond belde de chirurg van wie wij gisteren het slechte nieuws ontvingen. Zij is niet mijn officiële chirurg. Dat is dr. Roumen, bij wie ik (sinds 2002) onder controle ben. Hem heb ik al die jaren niet gezien of gesproken. Hij was degene bij wie ik in 2002 met mijn eerste symptomen kwam. Hij vertelde mij bij het eerste gesprek na het afnemen van de biopsie al dat we er voor 90% er van uit moesten gaan dat het om borstkanker kon gaan. De daadwerkelijke operatie is uitgevoerd door een collega. Ook toen was mijn timing geweldig. Eerste dag van de zomervakantie ontdekte ik een afwijking aan de huid en begon het circus. 

De directheid waarmee hij de twijfels en hoop wegnam, heb ik altijd gewaardeerd. Zij gaan hier dagelijks mee om en zijn de experts. Ze zullen het vast een keer bij het verkeerde einde hebben maar vast niet vaak. Ik wil weten waar ik aan toe ben en waar ik (helaas) op moet rekenen. Ik heb niets aan valse hoop. Dan ga ik piekeren en stressen. Met mijn ADHD kan ik niets naast mij neerleggen. Dat gaat gewoon niet.

De controles in de daaropvolgende jaren waren altijd bij de mammacare-verpleegkundige en het ging altijd goed. Daar kwam de chirurg niet aan te pas. Mijn vaste mammacare-verpleegkundige, Irma Behr, heb ik ook nog niet gezien. Ik wilde gewoon zo snel mogelijk aan de beurt zijn en niet wachten op de werkdagen van parttimers en/of volle agenda’s. Ik ga er van uit dat ze allemaal even kundig zijn. Irma gaat mij vandaag bellen en volgende week hebben we een afspraak.

De chirurg, mevrouw Schenk, kreeg eerst Merel aan de telefoon en dacht mij te spreken. Ik was net aan het bellen met Gert-Jan die was gaan werken. Ik beëindigde ons gesprek en nam de telefoon van Merel over. Dr. Schenk vertelde dat ze bij het teamoverleg ook mij hadden besproken. Er is besloten dat er behalve een MRI van de beide borsten ook een volledige botscan moet worden gemaakt. Daarnaast nog een echo van de lever en de longen en weet ik wat allemaal nog bedacht wordt. Ik heb direct gevraagd of ze verwachten daar iets bij te zullen vinden. Ik wil weten waar ik aan toe ben. Ze vertelde dat ze niet verwachten iets te vinden, het doel is alles uit te sluiten.

De tumor is een graad 3 wat inhoudt dat het gaat om een snelgroeiende soort. Bij vroegtijdige signalering is zo’n tumor beter te behandelen dan een graad 1 die er al jaren zit. Elf jaar geleden had ik een graad 1 en werd mij verteld dat die er mogelijk al tien jaar had gezeten … Dat geeft wat hoop maar toch. Als iets snel groeit, moet het snel eruit. Ik vroeg de chirurg waarom het er dan naar uit ziet dat het nog wel anderhalve maand gaat duren voordat de amputatie/reconstructie gaat plaatsvinden. Blijkbaar heeft die tijdspanne geen gevolgen voor het verdere verloop en hoef ik me daar geen zorgen over te maken. Dat doe ik natuurlijk wel. Verder is het lastig plannen om een dubbel team (mammacare-chirurgie én plastische chirurgie) tegelijk beschikbaar te hebben en dan ook nog tegen de vakantieperiode aan.

Het zal wel om de combinatie moeten gaan dat het lastig is. Elf jaar geleden was het hartje zomervakantie en zaten er slechts twee weken tussen de diagnose en de operatie. Van elf jaar geleden kan ik me overigens niet zo gek veel herinneren. Ik leefde in een roes, voelde me eenzaam. Mijn familie woonde ver weg, mijn moeder was overleden en … Twitter en Facebook bestonden nog niet. Ik blijf schrijven. Ik wil het overzicht houden en dan heb ik nog wat te doen ook.

Ik was van plan gewoon te blijven werken zolang het gaat. Nu weet ik het niet meer. De chirurg vertelde dat er na de operaties een nabehandeling volgt met medicatie. Het wordt chemo elke drie weken een week en dat 6 keer (alles bij elkaar dus een maand of vier), herceptin (een jaar lang) en dan nog vijf jaar hormonen slikken. Hoe zal ik er daarna uitzien? Kaal en opgeblazen? Durf ik straks de deur nog wel uit?

Het ziet er naar uit dat ik een flinke tijd onder de pannen ben. Ik vroeg nog wat dit voor gevolgen voor mijn werk zou hebben. De afgelopen dagen heb ik gemerkt en gevoeld hoe goed het is om gewoon bezig te zijn. Verstand op nul en je werk doen. Werk waarin ik goed ben. Even niet aan 'kanker' denken. Volgens de chirurg zou mijn hoofd daar niet naar staan. Ik vraag het me af. Mijn hoofd staat niet naar ziek zijn. Ik wil gewoon werken. Ik was aan het re-integreren en dat ging als een speer tegen alle verwachtingen van velen in.  
Net als mijn conrector indertijd op school bij de diploma-uitreiking vertelde aan de overvolle aula: “dit is Margriet van der Peet, we kennen haar al een aantal jaren en elke keer doet ze ons weer versteld staan”.

Om de operaties maak ik mij niet druk. Die komen in goede handen bij ervaren chirurgen. Maar wat gebeurt er met mijn mentale kant? Ik weet uit ervaring dat thuiszitten funest voor mij is. Ik mag niet op de feiten vooruit lopen maar dat doe ik wel. Ik ben en word géén proefkonijn. Worden er wél uitzaaiingen gevonden, dan ga ik hard nadenken. Dan verandert alles. Ik heb mensen gekend die álles geprobeerd hebben terwijl de omgeving beter wist. Ze lieten hun lijf en ‘relatieve’ gezondheid kapot maken in een onmogelijke en uitzichtloze strijd.

Voorlopig ga ik uit van mijn conrector van ruim dertig jaar geleden. Meneer Marsman had gelijk. Ik kan iedereen versteld doen staan. Zou dat nog een keer lukken? Is dat de reden waarom dit gebeurt?

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen