vrijdag 17 mei 2013

Scherven brengen geluk


Vandaag bracht Martijn twee vriendjes mee naar huis. Al gauw brak het testosteron boven de tent af maar ik liet ze. Toen ze beneden aan de snacks zaten, sneuvelde een glas. De scherven vlogen door de hele kamer. Dat heb je met zo’n tegelvloer en Ikea glazen. Testosteron vriendje riep “sorry”. Ik bedankte hem en legde uit dat glasscherven heus geluk brengen. “Dat geluk kunnen we hier wel een beetje gebruiken in huis” voegde ik er aan toe.

Niets is minder waar. Een half uurtje later werd ik gebeld met goed nieuws. Niets wat betreft mijn gezondheid. Dat niet, dan moet je denk ik al het glaswerk van alle Ikea vestigingen kapot gooien. Maar economisch gezien is het fantastisch nieuws. Ik maakte mij vooral druk over mijn werk. Nog druk bezig met re-integratie na mijn vorige uitval, voelde ik mij nogal in het nauw gedreven door wat mij nu te wachten staat. 
Eigenlijk was ik al plannen aan het maken om alleen voor de operatie te gaan en al die chemische rotzooi te weigeren. Een operatie periode kan ik grotendeels in vakantiedagen wegpoetsen, was mijn redenering. Mijn baan riskeren, thuiszitten en tegen de muur opvliegen is het aller slechtste wat mij kan overkomen.

Maar de telefoon ging en mijn werkgever vertelde dat ze druk in overleg zijn over mijn zorgen rond mijn ziekte en werk. In het kort hoef ik zo kort na mijn laatste uitval niet bang te zijn voor mijn werk. Als het gaat en kan, mag ik werken en/of ziek zijn.

Thuis, op kantoor, we zien wel. Eén stap tegelijk. Eerst mijn stem terugvinden want die is niet gewend zoveel telefoontjes op een dag te krijgen. Toen ik gisteren begon met hoesten en de chirurg belde over de te plannen botscan en long/lever foto’s spookten er al “uitzaaiingen naar mijn longen” door mijn hoofd. Maar het kan, ja, ook ik kan gewoon een ordinair verkoudheidje oppikken. Dat komt zelden voor. Ik geef het toe, mijn werkgever bevestigde dat. Als ik iets mankeer, doe ik het meteen heel goed en heel heftig. Als ik drie keer griep heb gehad in 47 jaar, dan is het veel, een daarvan was de Mao-griep  in 1968. Een heftige griep waar ik mij niets van herinner behalve dat mijn moeder vertelde dat ze toen een maand lang thuishulp kreeg omdat we allemaal heel erg ziek waren. Soms ben ik wel eens jaloers op mensen die gewoon een paar daagjes ziek zijn en denken dat ze griep hebben. Hoe voelt dat “gewoon ziek zijn”?

Mijn liefste vriendin belde vanochtend uit Griekenland. Ze durfde het bijna niet te vertellen maar het is bij haar toch echt 30 tot 35 graden. Ik vroeg me af wat ik hier nog deed. Na volgende week met Merel  op het vliegtuig springen als zij klaar is met haar examens leek ons samen een goed idee. Maar wel een beetje gemeen voor de rest. Na ons gesprek verscheen een berichtje van haar op Twitter.

Heb je moed nodig? Kracht? Of moet je beetje gek zijn om bepaalde rotzooi aan te kunnen die het leven je toegooit? @MargrietSchetse

Ze voegde er aan toe:
Gelukkig heb jij van alles 'n beetje en vooral heel veel van het laatste ;-) @MargrietSchetse

Ik denk dat ze gelijk heeft. Soms ben ik een beetje gek, en soms ben ik knettergek, maar ik voel dat het op de goede manier is. Relativeren en lachen om mijzelf is goed. Niets gebeurt zonder reden.

Er is een probleempje met mijn wens om te blijven werken. Nu al weet ik dat zodra ik mijn haar verlies, de deur op slot doe en de gordijnen dicht trek tot mijn haar weer is aangegroeid. Ik ben een meisje, kom niet aan mijn haardos. De enige keer dat ik het echt kort maar dan ook héél kort had was meer dan twintig jaar geleden. Ik werkte bij het Hoofdbureau van het Nederlandse Rode Kruis. Na een ziekbed van vier maanden door mijn hernia had ik al die tijd geen kappersstoel gezien. Mijn blonde haar was zodanig uitgegroeid dat ik besloot alle geverfde haren weg te laten knippen. Ik ging terug naar mijn eigen kleur. Er bleef maar een kort koppie over. Toen ik op mijn werk verscheen, constateerde een van de afdelingshoofden “dat ik wel een Joegoslavische vluchteling leek”. Het was 1991 en doelgroep van het werk was de Balkan.

Ik was vanuit de kappersstoel al naar de parfumerie geracet voor een knalrode lippenstift, bang dat ze me voor een jongen aan zouden zien. Dat ik ook nog voor vluchteling zou kunnen worden uitgemaakt, had ik niet voorzien. Wat ze zullen denken bij een kaal koppie is duidelijk. Geen twijfels over mijn geslacht maar slechts een vaststelling, een constatering. Ze zullen me nakijken en denken: och wat zielig, die heeft vast kanker, ze is haar haren kwijt …  Ik ben dan wel open maar zó open? Ik ben niet zielig, hooguit een pechvogel. Ik win soms de verkeerde prijzen en dan altijd de jackpot.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen