dinsdag 28 mei 2013

Lichtpuntjes


Nog in het ongewisse van wat de definitieve uitslag van de biopsie van de rechterborst zou zijn, moest ik mij vanochtend melden bij de afdeling radiologie. Manlief had mij voor de deur afgezet. Hij was al sinds gisterochtend wakker en was net thuis van zijn nachtdienst. Ik stuurde hem naar huis, naar bed.


Bij de afdeling radiologie werd een scan gemaakt om te zien of er een schildwachtklier te vinden was. Op de plaatjes werd uiteindelijk heel vaag een kliertje zichtbaar. De geigerteller daarentegen sloeg op hol toen deze op de zojuist bepaalde plek werd gehouden. Ik was waarachtig radioactief. De radioactieve vloeistof die gistermiddag was ingespoten, had de plaats van bestemming bereikt.

De exacte locatie werd gemarkeerd met een stift en ik mocht mij melden op de vijfde etage bij de dagbehandeling. Daar werd ik hartelijk ontvangen en kreeg een kamer en bed toegewezen aan het einde van de gang. Net als in december 2012 had ik een “room with a special view”. Weer keek ik uit op de campus van de TU/e ofwel mijn werkplek.

Ik had de opdracht nuchter te blijven vanaf middernacht. Daar heb ik niet zo’n probleem mee, overslaan van ontbijt – hoe ongezond ook – doe ik wel vaker. Doe mij maar een paar kopjes espresso en ik kom de dag wel door. Maar ja, espresso stond natuurlijk ook op de lijst van verboden middelen, althans voor vanochtend.

Wachtend tot ik aan de beurt zou zijn, twitterde en facebookte ik er op los. Een trouwe collega wenste mij succes en ik vroeg hem of hij niet stiekem een espresso kon brengen.  Hij antwoordde dat hij dat wel kon, maar geen zin had. Typisch mijn collega. Hoe aardiger hij je vindt, hoe meer hij je in de maling neemt. Familie en Twitter- en Facebook-vrienden hielpen mij door de wachttijd heen. Tussendoor belde onze oudste dochter haar voorlopige cijfer door voor het praktijk onderdeel. Ze had een website moeten maken. Haar website behoort bij de top-3 van de beste. Ze heeft een 8.  De zon scheen vandaag ook voor haar. Het lijkt wel of altijd de zon schijnt als het nieuws goed is.

De agenda van de artsen in de O.K. liep al gauw uit. Van hun planning bleef weinig over. Ik stond om 12.00 uur gepland, maar om 11.30 moesten ze nog aan een operatie beginnen die zeker negentig minuten zou duren. Vanaf dat moment ging het gelukkig beter en rond 12.45 werd ik klaargemaakt. Het infuus zat er zo in. Ik merkte nog dat ik wat draaierig werd en dacht aan de zenuwblocker die ze in december in mijn knieholte plaatsten. Toen bevond ik mij in de allergrootste achtbaan die je je kunt voorstellen.

Het eerste wat ik me daarna kan herinneren, is dat ik mijn naam hoorde roepen. Ik werd wakker onder een zalig warme deken. Even begreep ik er niets van. Ik kan me niet herinneren dat ik onder narcose ging. Dat kan ik mij van alle andere operaties heel goed herinneren. Vooral die bij mijn hernia. Ik verging van de pijn zelfs nadat ik een ruggenprik had gekregen. “Wacht maar op de narcose” werd mij toen verteld. In plaats van te tellen van tien naar één, sprak ik de historische woorden “verrek dat werkt …”. Daarna was ik weg. De beelden daarvan staan op mijn netvlies gebrand. Ik zie hoe ik toen wegzakte. Nu herinner ik mij alleen dat korte momentje dat ik draaierig werd. Maar de operatie was echt achter de rug.

Terug op de verpleegafdeling kwam de arts mij vertellen dat de operatie goed was verlopen. Hij had de klier goed kunnen vinden en makkelijk kunnen verwijderen. Hij voegde er aan toe “dat het hielp dat ik niet zo dik was” … een understatement zullen we maar zeggen, hij hoefde zich geen weg te banen door vetlagen. Ik beaamde dat het vast wel eens anders was. Er zijn inderdaad dikkere patiënten waarbij het véél moeilijker is.
Vervolgens kreeg ik bezoek van de verpleegkundig specialiste i.o. Zij bracht een collega mee. Samen brachten ze mij geweldig nieuws. Nieuws dat we eigenlijk al wisten. De radioloog was immers al zo overtuigd van zijn bevindingen. Maar toch. Een bevestiging door laboratorium onderzoek is goud waard. Het betrof inderdaad een fybroadenoom en geen secondaire tumor.

Nu is het wachten op de uitslag van de schildwachtklier. Ik durf alleen maar te hopen. Voorlopig in ieder geval géén uitzaaiingen. Ik prijs mij voorlopig een bofkont die wordt overladen met lichtpuntjes en dit keer niet van het radioactieve soort.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen