maandag 1 oktober 2012

Familieverhalen - Doktor Faust - een held

Al eerder heb ik over mijn oom Leo geschreven. Jarenlang was hij voor mij “Doktor Faust”. Ik had geen idee wie deze doktor was. Ik kende alleen het verhaal dat mijn oom me op de mouw had gespeld. Een verhaal, gebaseerd op de vele borstbeelden in zijn huis, mensen die allemaal tot beelden omgetoverd zouden zijn omdat ze niet deden wat Doctor Faust wilde.

Jaren later kocht ik zelfs het boek van Thomas Mann “Doctor Faustus”. Ik kwam er niet doorheen, moet er nog steeds een keer opnieuw in beginnen. Altijd is er wel een ander boek om te lezen. Toen oom Leo een keer op vakantie was – ik was toen een jaar of 18 – viel er een kaartje bij ons in de brievenbus, geadresseerd aan Signorina Van der Peet met als afzender Doctor Faust. De kaart kon alleen maar voor mij zijn, kort tevoren had ik hem zo genoemd op een feestje.

Oom Leo was voor ons echter niet alleen maar ‘Doctor Faust’. Hij was méér.

Levend terug uit het Oranje Hotel op 5 of 6 mei 1945
(helemaal rechts mijn moeders gezicht)




oma Geertruida Maria van der Bijl en oom Leo na terugkeer uit het Oranje Hotel

Toen wij, kinderen, wat ouder werden, begon mama te vertellen over haar jeugd en de oorlog. Mama was 12 toen de oorlog begon, een dag ouder dan onze zoon nu is. Toen de oorlog voorbij was, was mama volwassen. Ze was loopmeisje van de ondergrondse geweest waarbij ze onderduikers naar vergaderingen had gebracht. Zij moest dan op een bepaald adres aanbellen, een wachtwoord noemen en vervolgens kon de onderduiker naar binnen. Ze vroeg wel eens wat ze moest doen als het wachtwoord niet klopte, wat er dan zou gebeuren; daar kwam nooit een duidelijk antwoord op.

Haar oudste volle broer, Leo, was leider van diezelfde afdeling van het verzet. Mama moest aanzien hoe haar schoonzus (de vrouw van mama’s halfbroer) achter de kinderwagen onder schot werd gehouden omdat ze op zoek waren naar haar man. Onder schot, alsof ze weg zou rennen met een kind aan de hand en de ander in de wandelwagen achter zou laten. Mama vertelde hoe ze vervolgens met de broden die ze net had opgehaald voor de onderduikers, naar het huis van haar oma rende, de broden daar achterliet met een wazig verhaal dat als iemand vragen zou stellen, dat oma dan maar ‘niet moest weten waar de broden vandaan kwamen en voor wie ze waren’. Mama vertelde ook hoe ze vervolgens naar huis rende om te waarschuwen.

Ze vertelde ook hoe haar schoonzus vervolgens haar man het bevel gaf zich te gaan melden. Alleen dan zou de bezetter geloven dat hij de waarheid sprak en zouden zij het na kunnen vertellen. Haar voorspelling kwam uit.

Mama vertelde ook hoe haar vader, de koster, het gereedschapshuisje op het kerkhof aanwees als de plek om wapens van de ondergrondse te verbergen. Toen dat ontdekt werd, werd opa daarvoor later oneervol ontslagen door de kerk en nog later weer in ere hersteld.

Mama heeft met haar zussen en ouders gevangen gezeten in het huis van een buurvrouw. De bezetters waren op zoek naar onderduikers, naar hun broers/vaders en buurjongens. Die zaten onder het huis waar zij zaten in een kruipruimte, die doorliep onder de belendende huizen. Er werd zelfs door de vloeren geschoten. Een van de gezochte mannen/jongens zat bij hen in de kamer. Op miraculeuze wijze en met behulp van ingenieuze ideetjes en afleidingsmanoeuvres van de diverse aanwezige meisjes en de bewoonster van het huis kon hij door een raam in een zijruimte van de woonkamer naar buiten ontsnappen. Na drie dagen werden ze allemaal vrijgelaten. Kilo’s lichter door de stress en angst moesten ze allemaal op diverse plaatsen onderduiken. Kort daarna was de bevrijding.

Oom Leo, leider van de ondergrondse in Voorschoten, had een laatste executie weten te ontwijken. De bezetter dacht nog wel wat namen uit hem te krijgen en een andere jongeman werd in zijn plaats geëxecuteerd met 39 andere mannen. Een represaille i.v.m. de aanslag op Rauter. De bevrijding kwam voor hem net op tijd. In de fotoalbums hebben wij foto’s hoe oom Leo in Voorschoten wordt binnengehaald door zijn zussen, zijn hond Kazan (een Duitse herder) en de Voorschotenaren.

bron: Zand over acht van Leo van der Bijl
Oom Leo heeft twee boeken geschreven over de oorlog. Hij schreef het leed van zich af. De geschiedenis mocht niet vergeten worden. Mijn moeder was een geboren verteller, hij bleek een schrijver. Zijn boeken vertellen het verhaal dat zijn vrienden en makkers niet konden navertellen.

Mama vertelde hoe haar broer de reden was waarom zij allemaal met zo’n rechte rug liepen. Altijd was er het commando “recht die rug”. Ook zijn dochters moesten er later aan geloven. Ze lopen rechtop. Ik heb mij laten vertellen dat ze met regelmaat met een stapel boeken op hun hoofd rond de tafel moesten lopen. Boeken waren heilig al in de tijd dat mijn moeder jong was. Want nietsdoen, dat mocht niet van opa. “Ga je moeder helpen”, was dan de opdracht, behalve als iemand een boek las. Lezen, dat was belangrijk.

Oom leerde zijn kleinkinderen hockeyen, tennissen en zeilen op zijn eigen zeilboot. Zelfs op zijn tachtigste verjaardag zeilde hij nog uit, wel met begeleiding maar toch.

Ook heeft hij zich bijzonder ingespannen om de stamboom van de familie uit te zoeken. Daar zijn inmiddels gegevens van bekend die ons in de tijd terugbrengen naar 1549. Er bestaat zelfs een vereniging die alle takken van de ‘Van der Bijl’ families bij elkaar heeft gebracht op een website.

Daar staat een stuk geschreven waar de naam ‘Van der Bijl’ vandaan komt.

Dan wordt het nog interessanter. Nog meer helden in de familie. Door een ‘heldendaad’ kregen onze voorouders hun achternaam in een tijd dat een achternaam alleen voor een enkeling was weggelegd, namelijk ergens in de winter van 1204/1205 in de tijd van de Graaf van Holland en Heer Wouter van Egmond.

In mijn ogen was mijn oom een held samen met de rest van het gezin. Jonge mensen die vochten voor onze vrijheid. Hij is al jaren overleden maar voor mij blijft hij Doctor Faust en mijn grote voorbeeld in de schrijverij.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen