zaterdag 13 oktober 2012

Stoppen met roken - Levenslange weddenschap

Nooit zou ik gaan roken. Ik deed het toch en het duurde lang voor ik uiteindelijk van die verslaving afkwam. Gisteravond (oktober 2012) was het Vrijthof op televisie en herinnerde ik mij de belangrijkste weddenschap van mijn leven.

Mijn vader heeft lang gerookt. Hij begon met roken toen tabak nog op de bon was, dus in de oorlog, of misschien ergens tegen het einde daarvan toen tabak nog schaars was. Mijn opa nam blij de extra tabaksbonnen in ontvangst nadat zijn zoon (mijn vader) op een leeftijd was gekomen welke hem recht gaf op tabaksbonnen. Opa dacht er zijn behoefte (tekort) aan pruimtabak mee aan te kunnen vullen maar de interesse van mijn vader voor tabak was gewekt.

Mijn vader heeft sindsdien altijd gerookt tot hij in 1992 definitief stopte, kort voor zijn tweede hartinfarct. Wij (kinderen) en mama vonden het vreselijk. Het stonk, het was vies en ook nog eens ongezond. Er zijn tijden geweest dat hij zogenaamd gestopt was. Dan rook hij wel naar sigarettenrook maar dacht hij er mee weg te komen door dit stiekem in de garage te doen. Hij kon zich niet voorstellen dat wij dat toch wel roken.

Ook met de sinterklaassurprises heeft hij er aan moeten geloven. Toen ik een keer met lootjes trekken mijn vader had getrokken, maakte ik de verpakking van zijn favoriete merk (Lexington [zonder filter]) in het groot na, verzamelde de lege sigarettenpakjes uit de prullenbak die bij zijn bureau stond en vulde mijn surprise ermee.

Wij wisten het zeker, wij zouden nooit gaan roken. Toen ik 12 was, ben ik dat voornemen gedurende twee weken vergeten. Met een vriendin. die stiekem rookte, deed ik stiekem mee. Twee weken slechts want toen werden de sigaretten duurder, wel 10 (gulden variant) cent en dat ging mijn zakgeld te boven. Voortaan was ik weer anti en foeterde ik vrolijk mee op mijn vader die stug door bleef roken. Toen ik echter op mijn 18e terugkeerde van vakantie uit Griekenland was ik wederom een roker. Dit keer niet meer stiekem. Vanaf het eerste moment stak ik stoer mijn sigaret op en deed ik alsof ik nooit anders had gedaan. Ik vertelde natuurlijk niet hoe misselijk en draaierig ik in het begin was geweest en ik rookte er flink op los.

Het heeft me al met al jaren gekost voordat ik deze ongezonde en dure eigenschap weer wist af te leren. Het roken was ergens goed voor, eindelijk hadden mijn vingers wat te doen (toen wist ik nog niet van mijn ADHD). Sigaretje vasthouden, shagje rollen (was goedkoper dan sigaretten en deed ik net wat langer mee), controle over je ademhaling en je spijsvertering, want je bleef er slanker bij. De nadelen waren er natuurlijk ook. Op een gegeven moment kreeg ik zo’n rokershoestje waarbij je het idee krijgt dat je klinkt als een oude vent.

Uiteindelijk is het me gelukt definitief te stoppen. Een aantal pogingen gingen daar natuurlijk aan vooraf. Maar ik kwam pas op de goede weg toen ik op een dag moest kiezen wat ik met de 10 gulden ging doen die ik nog in mijn portemonnee had. In die tijd kon je immers nog niet pinnen in de winkel, waren er nog geen pinautomaten op iedere hoek van de straat en het postkantoor waar ik een girobetaalkaart kon inwisselen, was aan de andere kant van het centrum van Den Haag.

Ik koos die dag (ergens in 1989) voor eten en vertelde 20 minuten later aan mijn collega dat ik 20 minuten daarvoor mijn laatste sigaret had gerookt, ik was gestopt. Hij feliciteerde me en ging direct een weddenschap van drie maanden met me aan. Ik accepteerde, rookte drie maanden niet en kreeg een heerlijk dinertje aangeboden bij ‘De Verliefde Kreeft’. Tijdens dat etentje stak ik mijn eerste sigaret weer aan en niet lang daarna gingen we een tweede weddenschap aan, dit keer voor een jaar – een grotere uitdaging maar ook deze lukte en wederom volgde een lekker etentje.

Er volgden meer weddenschappen van een jaar met mijn inmiddels ex-collega. Na een jaar belde ik hem op. Toen ik toch weer begon met roken, en een nieuwe stoppoging wilde doen, vertelde ik hem dat ik een nieuwe weddenschap wilde. Hij riep direct dat hij het niet meer deed want ik won toch iedere keer en begon dan toch weer te roken. Nee, verzekerde ik hem, dit is was een goede weddenschap. Ik herinnerde hem aan het feit dat hij toch zo gek was op Maastricht. Nou als ik OOIT nog zelfs maar een trekje van een sigaret zou nemen, dan mocht hij een lang weekend naar een penthouse op het Vrijthof. Hij wreef in zijn handen en was het met me eens, dit was een goede weddenschap. Hij zou er een paar dinertjes tegen aan gooien want ik zou het vast wel een paar jaar volhouden, maar ooit, zo voorspelde hij, kwam de dag dat ik een sigaret op zou steken.

De etentjes volgden, we raakten elkaar uit het oog, maar door de jaren heen heb ik het volgehouden. Een keer kreeg ik een nieuwjaarswens van hem. Een kaart met allemaal sigarettenpeuken. Achterop stond een berichtje “Steek er een op”. Mijn eerlijkheid is misschien overdreven maar als ik ooit in de fout zou gaan, weet ik dat ik het hem zou laten weten.

Waarom het goed gaat? Simpel, dan vind ik bij thuiskomst nieuwe sloten op de deur en kom ik er niet meer in. Inmiddels is het bijna twintig jaar geleden dat ik mijn laatste sigaret heb uitgedrukt, behalve in mijn dromen. Zo af en toe word ik ’s nachts wakker, badend in het zweet en schuldbewust met de gedachte dat ik hem moet bellen omdat ik een pakje sigaretten heb opgerookt en hoe ik dat nu toch weer moet uitleggen aan manlief.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen