zaterdag 5 november 2011

Beschermengelen hebben het druk met ADHD-ers

Vuurtje stoken

Nou zijn ze bij ons thuis best goed in vuurtjes stoken. Met een vader bij de vrijwillige brandweer is vuur ook wel heel interessant en “gewoon”. Mijn oudste broer Frank was een jaar of vijf à zes toen hij in de kerstperiode een keer naar boven kwam op een zondagochtend en onze ouders vertelde dat hij had gekeken of het papier onder de kerstboom wel kon branden. Nou, zei Frank, dat kon, hij had het ook weer uitgemaakt … zwartgeblakerd, dat was het. Na die mededeling scheelde het weinig of vader stuiterde de trap af om te controleren of de brand wel degelijk uitgemaakt was.
Een andere keer stond de pastoor bij onze ouders aan de deur met het verzoek of mama haar jongens in de gaten wilde houden. Ze hadden geprobeerd de barakken waar de kerk tijdelijk in gehuisvest was, in de brand te steken …

Zo vreemd was het dus niet dat Hettie en ik dat jaren later op de heide in Drenthe ook probeerden in de vorm van kampvuurtjes.


Jaren geleden had ik met onze drie kleine kinderen de honden uitgelaten. Bij thuiskomst werden we opgewacht door mijn broer. Verrassingsbezoek. Binnengekomen snoof hij één keer, draaide in de keuken het gas uit, stuurde ons naar buiten en gooide alles open.


Zoontje had studiedag – manlief sliep (nachtdienst); we roken brandlucht en zochten naar de oorzaak. Op tafel stond een spiegel met vergrootglas, deze weerkaatste zonnestralen naar een houten brievenbakje. Het bleef bij een kringeltje rook.

Roekeloze broertjes

De beide jongens waren samen ook best wel impulsief. IJzeren staven naar elkaar gooien over een heg waarbij ze elkaar niet konden zien. De huisarts constateerde dat een zo’n staaf inderdaad bij de jongste, Han, dwars door zijn kin was gegaan, precies zoals Frank aan mama vertelde. Het reinigende draadje kwam keurig aan de andere kant van de kin naar buiten. 

Martijn de schwalber

Onze jongste, Martijn, wordt waarschijnlijk door dezelfde hardwerkende beschermengelen in de gaten gehouden. Ze hebben het druk daarboven. Een paar weken geleden kwam hij een beetje warrig thuis een het einde van een zaterdagmiddag. Hij vroeg of ik wilde weten wat er gebeurd was. Nou vertel maar. Hij was met twee vriendjes aan het voetballen op een veldje en was aan het schwalben. De bal lag bij hem, en een van de mannen wilde de bal wegschoppen. Mooie actie, ware het niet dat het andere mannetje de bal net iets eerder te pakken had. Daarop kwam de voet van Yassine natuurlijk vol tegen de slaap van Martijn. Martijn was erg onder de indruk. Als een klap tegen je slaap hard genoeg is, wist hij te vertellen, dan kon je wel eens dood gaan. Een week later was Martijn jarig en werd hij 11. Hoe anders had het kunnen zijn. Een week heeft hij met flinke hoofdpijn op de bank gelegen en regelmatig was hij misselijk. De eerste nacht durfde hij eigenlijk niet eens te gaan slapen, wat als hij niet wakker zou worden? Nou zei ik, dan weet jij dat in ieder geval niet, maar dan hebben wij een probleem … Hij is die nacht spontaan twee keer wakker geworden en was iedere keer blij dat het lukte … Wij hebben het ook nog een tweetal keren gedaan niet wetende dat hij zichzelf al een wekadvies had opgelegd.
Waren we nog wel zo  blij dat hij gestopt was met voetballen en alleen nog maar aan tennis deed.

Van instortend trappenhuis naar frontale botsing

Met mij hebben diezelfde engelen het ongetwijfeld ook druk, variërend van een instortend trappenhuis bij een van mijn eerste banen (ministerie van WVC) waar ik “heen en weer huppelend” tussen twee verdiepingen “net te laat – een tweetal seconden was vast genoeg geweest” een deur van het trappenhuis openduwde om via de trappen een verdieping omhoog te gaan naar m’n werkplek; er volgde een klap die luid genoeg was om mij tegen te houden. Twee seconden eerder had ik daar op de trap gelopen een ongewisse toekomst tegemoet; dan was het betonpuin mij tegemoet gekomen, de zwaartekracht kent maar een richting!
Een paar jaar geleden op de rondweg van Eindhoven op weg naar huis, had ik plotseling een dwingend gevoel om alvast de rechterbaan te pakken. Nauwelijks een paar tellen later werd vanaf de tegengestelde richting een auto gelanceerd en over de middenberm geduwd als door een katapult en diezelfde auto botste frontaal op de tweede auto voor mij. Had ik mij nog op de linkerbaan bevonden, dan had deze auto mij ongetwijfeld weten te raken …

Ongeduld leert zelf wel fietsen

Toen ik zes was kreeg ik een mooie fiets (lila/roze en met van die dikke banden). Ik kreeg ‘m al voor m’n verjaardag want we moesten op de fiets naar school en voor mama was het wel zwaar als Hettie nog steeds voorop in het zitje moest. Ze werd ook alweer vijf … Mama had niet meteen tijd om mij te leren fietsen. Ongeduldig, dat was ik ook, dan doe ik het toch zelf! Het lukte natuurlijk best snel maar toen mama moest komen kijken en ik met een hand wilde zwaaien, viel ik natuurlijk omver in de prikkelstruiken.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen