zaterdag 5 november 2011

Brandweer

Papa was vroeger bij de vrijwillige brandweer.





Doordat papa bij de vrijwillige brandweer was, hing er boven onze voordeur een brandalarm. Geen idee hoe het werkte maar als de brandweerlieden moesten aantreden dan ging het alarm af.

Voor ons betekende dat sensatie. Vrijwel altijd sprongen wij op de fiets en raceten naar de brandweerkazerne in de hoop te kunnen ontdekken waar de brand was. Vaak waren we natuurlijk te laat en waren de wagens al verdwenen.

In zijn jonge jaren liep papa hard voor de brandweer, maar toen hij ouder werd, liet hij de haast over aan de jongere lichting. “Laat die jonkies maar rennen”, zei hij dan. De voortschrijdende techniek hielp ons een handje om vaker de branden te kunnen aanschouwen. Natuurlijk waren het niet altijd branden want er moesten ook in die tijd al regelmatig mensen uit auto’s geknipt worden.

Maar die techniek dus, er kwam een soort semafoon in huis. We kwamen er al snel achter dat als we niet meteen op de fiets sprongen maar even bleven wachten na het eerste brandalarm dat er dan onderling contact te volgen was via die semafoon. Voortaan konden we dus rechtstreeks naar de eventuele brand fietsen. Net als wij bleef ook papa al gauw even wachten op de eerste berichten. Vaak was er natuurlijk ook loos alarm, waarom zou je voor niets gaan. Ook zijn dagen waren druk bezet met zijn loodgietersbedrijf.

Verder waren er ook de oefeningen die door de brandweer werden gehouden. Kan me nog goed herinneren dat ik bij zo’n oefening kwam kijken en de pet van mijn vader even op kreeg. Er liep een fotograaf rond en die maakte een foto van me. Naïef dacht ik dat de foto hooguit in een nieuwsbriefje van de brandweer terecht kon komen maar natuurlijk stond ik de woensdag erna pontificaal afgedrukt in het Voorschotens Weekblad met de vermelding “jonge spuitgaste”. Tot mijn grote schrik was de foto ook anderen (medescholieren) niet ontgaan en was ik het gesprek van de dag.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen