zaterdag 5 november 2011

Merel liep weg van huis

Jaren geleden moest manlief dochterlief naar de peuterspeelzaal brengen. Ik was al naar het werk en hij ging die avond de nachtdienst in. Hij zorgde voor de twee kleintjes en Merel moest naar de peuterspeelzaal. Merel was boos, ze wilde niet naar de speelzaal, ze wilde bij papa blijven en vertelde dat ze weg ging lopen. Manlief liet haar in eerste instantie gaan en dacht wel in de gaten te kunnen houden waar ze heen liep. Eén onbewaakt ogenblik en Merel was verdwenen. Manlief besefte dat ze niet ver kon zijn gekomen, maar hij zag haar niet en vond haar niet. Na overal gekeken en gezocht te hebben, liep hij toch wat verbouwereerd rond en begon al zachtjes te vloeken (op zichzelf?).

Op dat moment kwam de vader van onze oppas, tevens overbuurvrouw aangefietst. Behulpzaam fietste hij door de wijk, was ook meteen wat ongerust, want niet lang daarvoor waren zijn twee kleindochters van toen 5 en 7 jaar oud op een woensdagmiddag op de fiets vertrokken. Dat was op 16 februari 2000. Een paar uur na hun vertrek (ook zij waren boos en wel op hun mama en die ging er vanuit dat ze door de wijk aan het fietsen waren en wel weer terugkwamen als het regende) kwam de overbuurvrouw om hulp vragen bij het zoeken. De meiden waren dus al uren weg, het miezerde, het was koud en het werd al donker. Met man en macht en met de eerste gsm’s op zak – voor onderling contact - werd eerst onze eigen wijk en later de omringende wijken doorzocht. Ik bleef hoogzwanger en zenuwachtig thuis. Dat was toch wel je ergste nachtmerrie dat je kinderen spoorloos waren.

Uiteindelijk was mijn manlief degene die de beide dames vond, de jongste had zelfs al van de stress in haar broek geplast. Vanuit zijn ooghoek zag hij ze in een zijstraat bijna de hoek om fietsen en weer uit het oog verdwijnen. Ze waren boos van huis gegaan en hadden bedacht naar oma te fietsen maar waren verdwaald. Inmiddels waren ze toch vlak bij het huis van hun opa en oma beland en dus wel degelijk de doorgaande en veel te drukke weg overstoken waarvan hun moeder had verteld dat ze dat NOOIT zouden doen want dat mochten ze niet en dat wisten ze. Manlief gaf een brul dat ze moesten stoppen, zette de meiden met natte broek en al op de achterbank van de auto, belde dat ze terecht waren en gooide de fietsen achterin en bracht ze thuis. Een dag later – van de stress misschien – werd onze zoon geboren.

Met die gedachte van spoorloze kleindochters in het geheugen zocht opa G. een paar maanden later dus bezorgd mee naar onze dochter. Hij wist net zo goed als manlief hoe snel kleine meisjes ver weg kunnen komen.

Lichtelijk radeloos wordend, had manlief inmiddels ook onze toenmalige Boxer ingeschakeld en opdracht gegeven ‘Merel te zoeken’. In die periode was Sanne al een door de kinderen uit de buurt zeer gewaardeerde speurhond naar in het plantsoen verdwenen voetballen. Ook voor honkballen, golfballen, tennisballen en alles wat maar op een bal leek, draaide Sanne haar poot niet om; die rook ze van een kilometer afstand. Maar de opdracht ‘zoek Merel’ die kwam niet bij haar aan. Geïnteresseerd stond ze met haar staartstompje te kwispelen naar de baas. Maar opeens hoorde manlief dan toch eindelijk dat bekende stemmetje dat naar hem riep “hier ben ik, papa”. Het stemmetje kwam uit de voortuin. Daar zat ze al die tijd al verstopt, achter de enorme Yucca naast het huis, voor het schuurtje. Manlief pakte haar vast en knuffelde haar. Opa G. kwam net aangefietst en sprak haar streng toe. Dat mocht ze nooit meer doen.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen