zaterdag 5 november 2011

Konijntjes

Mama ging naar de bingo-avond van de brandweer en bracht een konijn mee naar huis

Papa was bij de vrijwillige brandweer en op een avond werd er een feestavond georganiseerd met bingo voor de brandweermannen en hun echtgenotes. Papa en mama gingen ook.

Ze kwamen pas laat thuis en wij sliepen toen al. Toen we ’s morgens wakker werden, mijn zus en ik, en dat was meestal om een uur of 6, vroegen we zoals gebruikelijk “gaan we er al uit?”. Mama bleef liggen en riep dat we maar eens in de keuken moesten gaan kijken. Wij naar beneden vol verwachting, wat zou daar nou kunnen zijn? Daar bleek een doos te zijn die een beetje dicht was en in die doos bleek een levend konijn te zitten.
Mama die nooit iets won, had meegedaan aan de bingo. Tot haar verbijstering won ze zo ongeveer alles wat er die avond te winnen viel, van dozen met viooltjes tot een mooie vaas en van alles en nog wat, maar op de koop toe een levend konijn. De organisator van de avond vertelde haar dat hij blij was dat zij het konijn gewonnen had. Bij ons zou deze vast en zeker niet in de pan verdwijnen, nee, dat kon je wel stellen met twee dochters in huis ging er bij ons geen Flappie-drama gebeuren. Wij waren door het dolle heen. We hadden zomaar opeens een konijn. Mama voelde zich nog steeds opgelaten dat ze met alle prijzen naar huis was gegaan. Ze voelde zich ’s avonds bij thuiskomst zodanig opgelaten en toch stiekem ook wel vol van al die prijzen dat ze een dingetje vergeten was. Dat bleek toen ze uit de auto wilde stappen. Er viel met een hoop gerinkel een mooie vaas stuk op de stoep. Die was ze vergeten. De vaas was zo mooi, veel te gevaarlijk om die los in de auto te leggen, stel je voor dat hij kapot zou gaan … nee op haar schoot was een beter idee, dan kon ze ‘m vasthouden.

Het konijn werd Bontje gedoopt en kreeg als verjaardag 1 december toebedeeld net als papa en bovendien de dag dat we Bontje kregen … Na een paar jaar vonden we het toch wel jammer dat we niet ieder een eigen konijn hadden. We hadden Bontje al eens uitgeleend aan iemand in de straat en Bontje was door dat uitstapje “papa” geworden. Wij mochten Bontje inruilen en kregen er een paar kleine konijntjes “Pooltjes” voor terug. Wij wilden verder. Jonkies zagen onze ouders niet zo zitten maar daar hadden wij geen hulp bij nodig. Mijn zus wist precies hoe dat moest, je pakte het vrouwtje, zette het bij het mannetje (of andersom) en zes weken later kwamen de konijntjes. Toen het mannetje niet meteen toehapte, pakte mijn zus hem op, zette hem op het vrouwtje en sprak hem streng toe dat we jonkies wilden. Zes weken later werden de jonkies geboren en papa bouwde een paar konijnenhokken er bij want wegdoen, dat deden we natuurlijk niet. Door de jaren heen zijn er konijntjes doodgegaan en hebben we gehuild en kwamen er weer nieuwe konijntjes. Mijn zus kwam op een dag thuis uit school met een vriendinnetje en vroeg of ze het dode konijntje mochten opgraven. Een week of wat eerder was een jonkie overleden en vriendin was wel benieuwd hoe die er uit zag …

Jaren later gingen we op vakantie en bleef mijn oudste broer thuis. Die gaf een feest voor zijn vrienden. Behalve dat de voordeur sneuvelde en de drankvoorraad van papa op was, bleek er bij thuiskomst ook een konijn overleden te zijn. Of dat nou toeval was of dat ze vergeten waren het dier te voeren, dat is ons nooit verteld.

 Toen ik op kamers ging in Den Haag kwam er ook al snel een konijntje. Deze leefde echter niet lang en ik mocht een nieuwe uitzoeken in de winkel. Ze hadden er twee en die waren zo verknocht aan elkaar dat ik ze maar allebei meenam; ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze uit elkaar te halen. Toen ze mijn kamer tot stal omtoverden omdat de ene broer een zus bleek te zijn (mijn kennis van het onderscheid tussen man en vrouw bij konijnen was beduidend minder dan bij mijn zus) en broer zus achterna bleef jagen in zijn voortplantingsdrang, hakte ik de knoop al snel door om broertje te laten steriliseren.
Uiteindelijk zijn ze verhuisd naar de tuin van mijn ouders waar ze het natuurlijk veel beter hadden dan op mijn balkonnetje.
Onze kinderen kregen ook konijntjes. Twee dwergjes die we voor een paar euro bij de kinderboerderij hier in Veldhoven hadden gehaald. Aanleiding was het eerste zwemdiploma van onze oudste dochter. Een mijlpaal die beloond moest worden. Twee kleintjes want alleen is ook maar alleen. Een broer en een zus zo bleek later. Toen was het al te laat, broer had zus al bevrucht, maar hier kwamen we pas achter nadat we broer hadden laten steriliseren. Het jonkie werd doodgeboren, wij huilden met z’n allen en broer en zus leefden nog lang en liefhebbend met elkaar verder.

 

Samen in een hok, eerst binnenshuis en later gingen ze naar buiten. Vanuit het hok namen ze de vrijheid om door de hele tuin te struinen. Hekken die we geplaatst hadden, bleken niet bestand tegen hun gevoel van vrijheidsdrang.

Regelmatig gingen ze op stap want het lukte hen al gauw onder de poort door te kruipen en vanaf de parkeerplaatsen de straat in de gaten te houden. Soms staken ze de straat over en zaten ze daar in het plantsoen. Altijd kwamen ze weer terug af en toe met een beetje dwang en aandringen van onze kant. De hele buurt kende ze en wist waar ze thuishoorden tot aan de hangjeugd aan toe.  Ze konden relaxed langs de oprit naar het parkeerplaatsje bij ons achter aan de rand van een parkeervak in het onkruid liggen en de boel overzien alsof het de normaalste zaak van de wereld was.


Bij alle weersomstandigheden waren ze buiten. In hitte en koude hielden ze elkaar gezelschap. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, zaten ze samen in de sneeuw.
 
Afgelopen zomer is Snufje (het vrouwtje) overleden en een paar maanden later was Vlekkie (het mannetje) verdwenen. Spoorloos, overal gezocht en gevraagd, foto’s opgehangen en de kinderen hadden – zo groot als ze al zijn – verdriet. Uiteindelijk kwamen kinderen uit de buurt ons vertellen dat ze Vlekkie gevonden hadden in het plantsoen aan de overkant. Tussen de struiken lag hij. Er was niet veel van hem over, nauwelijks herkenbaar als konijn. Of hij opgejaagd was door een kat uit de buurt of aangereden door een auto en gewond was weggekropen in de struiken, dat weten we niet. Ik ben blij dat we hem bij zijn zusje in de tuin hebben kunnen begraven. Die tuin ligt vol met overleden dieren, bijna een kerkhofje in het klein. Begrijpelijk dat de kinderen nooit willen verhuizen, dan moet het kerkhof mee.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen