zaterdag 14 september 2013

Zotte avonturen - we misten twee keer hetzelfde cruiseschip in Athene

Vanaf het eerste moment dat vriendin Annemarie in Athene woonde, ging ik bij haar logeren. In het voorjaar van 1991 pakte ik flink uit en bleef drie volle weken. Het was eind april/begin mei  en het was warm voor de tijd van het jaar. Het was het jaar waarin ik van een ondergewicht doorschoot naar een overwicht. In anderhalf jaar kwam ik twintig kilo aan. 




Een maand of wat eerder was eindelijk de oorzaak gevonden voor mijn vreetbuien en toch ideale lage gewicht: een heuse lintworm. Een simpele maar meedogenloze liquidatie zorgde voor acht kilo “méér Margriet”. In dezelfde periode stopte ik met roken: goed voor nog eens acht kilo erbij. Mijn logeerpartij bij Annemarie en de steeds meer knellende kledingstukken bezorgden enige frustratie met als gevolg nog eens vier kilo “Margriet” er bij.
Mijn dagboekje uit 1991
Ik vertel deze herinneringen met behulp van mijn beschrijving in een dagboekje dat ik die vakantie heb bijgehouden. Er komen hier af en toe herinneringen naar boven die ik allang vergeten was.



Annemarie lachte mijn frustraties over mijn gewicht weg en schreef in mijn dagboekje: “kijk eens hoe die mannen hier naar jou kijken … Ze kijken van onder naar boven en zien het geheel”. Ik had daar geen boodschap aan. Het stond wat mij betreft gelijk aan de relativeringstechnieken van mijn moeder. Ik wilde gewoon mijn dunne lijf terug. 

Bovendien hadden we een dagtripje gepland en ik had een nieuwe bikini gekocht. Hoe zou dat er uit gaan zien met al die “extra kilo’s Margriet”. Misschien wel om niet in de bikini te worden gezien, liep die hele dagtrip anders dan gepland.

Zij werkte voor een reisorganisatie in Athene en had een dagtripje geboekt op een cruiseschip. We gingen “Island hoppen”. Het was 5 mei 1991.

Al vroeg in de ochtend, namelijk om 7.40 uur zaten we naast een hotel in Athene op het koele marmer te wachten op de bus die ons naar de haven zou brengen. De hemel was stralend blauw en het beloofde een mooie dag te worden. Bij het ontwaken was het nog dicht bewolkt maar alle oneffenheden waren inmiddels verdwenen. Dat was mooi want we hadden er zin in en ik had mijn nieuwe bikini mee.

De dag ervoor had ik nog naar mijn broer Frank gebeld om aanwijzingen te vragen over zijn camera. Hij had nog geroepen “maar jij zit toch een onwijs eind weg?”. Overigens heeft hij een aantal jaar geleden de feitelijkheden van “mijn onwijs ver weg zijn” van toen behoorlijk verbeterd. Mijn record heeft hij – zeg maar - vermorzeld. Hij belde pa in diens aanleunwoning en via zijn gsm-verbinding vertelde hij dat hij met zijn gezelschap zat te wachten op de lunch die ter plekke werd bereid. 

Pa belde vervolgens mij en zei: “je raadt nooit waar Frank vandaan belde”. Ik wist – net als pa – dat hij op werkbezoek was in Kenia. Maar op dat moment “dobberde mijn oudste broer met rolstoel en al op een bootje op de Indische Oceaan”. Ik beken: Frank is mijn meerdere.

Terug in Athene in 1991 lees ik mijn dagboekje van toen dat we de boot hebben gemist. Ik weet het nog goed en ik zie nog steeds voor me hoe we elkaar aankeken en vroegen hoe we dat toch voor elkaar hadden gekregen. Annemarie sprak nog wel Grieks. Zij was toch de ideale reisleidster als vriendin!? Toen wij op het marmer zaten te wachten, was er een bus gestopt. Uit die bus stapte de chauffeur en die liep het hotel binnen nadat Annemarie hem in vloeiend Grieks iets had gevraagd. Hij knikte ontkennend en vertrok even later vanuit het hotel met zijn bus en zonder nieuwe passagiers. Toen er in het daarop volgende half uur geen andere bus stopte, begon er bij ons iets te dagen. Ik vroeg haar wat ze had gevraagd. Ze vertelde dat ze had gevraagd “of hij voor ons kwam”.  Naar alle waarschijnlijkheid had de chauffeur “reguliere toeristen” verwacht en geen (semi) blondines waarvan er minstens één Grieks leek te zijn. Navraag bij de receptie van het hotel leverde een ongewenste bevestiging. Die chauffeur was inderdaad voor ons gestopt.

In een poging alsnog ons cruiseschip te halen, namen we een taxi naar Pireaus – de grootste haven van Athene. Ik zeg nadrukkelijk “de grootste”, want ja: Athene heeft er meer dan één. Bij aankomst kwamen we achter onze fout. Pireaus bleek meer voor ‘het echte en grote werk’ en dus niet voor het dagtripjes waterverkeer. De juiste haven was Paleo Faliro. Maar voordat we daar zouden arriveren, was ons schip natuurlijk allang vertrokken. Niet voor één gat te vangen, namen we een Flying Dolphin om op het eiland Hydra alsnog aan te kunnen sluiten bij het gezelschap van onze cruise. Flying Dolphins zijn veel sneller dan cruiseschepen en zo arriveerden we ruim op tijd om uitgebreid rond te neuzen op Hydra.


  
Op deze boot zat ik naast een ‘lekker ding’. Annemarie had met haar ogen gerold van “wat een schatje” en die blik had hij opgevangen. De snelheid van de boot werd inmiddels opgevoerd waardoor het schrijven van verdere toelichtingen moeilijker werd.

Om 12.10 uur maak ik melding van een “typisch-Griekse programmering”. Het cruiseprogramma was omgegooid en het schip was eerst naar Aegina gevaren om daarna Poros aan te doen. Om 14.30 uur zou afsluitend uur de haven van Hydra worden aangedaan. Wij zaten daar inmiddels in de zon op een terrasje met een ober ‘botter dan bot’. Hij stootte mijn glas sinaasappelsap omver zonder een enkel excuus van zijn kant en daarna moesten we nadrukkelijk om een nieuw exemplaar vragen. Daarbij had hij de brutaliteit om te vragen “of die half vol of vol moest zijn …”. 

Annemarie brieste dat een vriend van haar – Thassos – “hem bij zijn kladden zou hebben gegrepen en in zee gegooid”.  Ik vind het temperament van Zuid-Europeanen wel wat hebben, ze komen zonder meer op voor de frustraties en het welzijn van een ‘damsel in distress’.

Het “lekkere ding” van de boot, Steven genaamd en afkomstig uit Los Angeles, was op dat moment nog steeds in ons gezelschap maar duidelijk gewend dat ‘vrouwen zelf geëmancipeerd genoeg zijn’ om voor hun eigen belangen op te komen. Hij vertelde manager te zijn van diverse bands, o.a. de band waar wij de avond tevoren naar toe zouden gaan. Maar hij maakte ons ook wijs dat hij had samengewerkt met een behoorlijk bekende rockband uit Nederland, als ik mij goed herinner was het Golden Earring. Maar ik was inmiddels niet meer zo heel goed gelovig. Zeker niet sinds een Amerikaan mij een paar jaar eerder in Athene had wijsgemaakt dat ik “te mooi was om ooit nog te hoeven werken en dat hij me de hele wereld zou laten zien, waaronder Brazilië en India”. Toen mijn moeder van opluchting uitriep dat “ik wel op de markt van de blanke slavinnenhandel had kunnen eindigen” viel mijn droom toch wel een beetje in duigen. Ik had die vent weliswaar uitgelachen om zijn ‘beperkte smaak’ (want hé, een beetje realistisch ben ik ook wel; ik zag er leuk uit, maar hij overdreef!), maar mijn moeders visie was toch wel een ander uiterste.

Vanaf een terrasje op Hydra vind ik vervolgens een notitie van Annemarie over onze financiële situatie.
Ze schrijft: “We zitten nog steeds op het terrasje waar die ongelooflijke zak werkt. Financieel zijn we in ieder geval gered (we hebben geld moeten uitgeven aan taxi + flying dolphin) omdat ik daarstraks de broer van Christos tegenkwam. Als ik mijn naam hoor roepen reageer ik altijd onmiddellijk. Ze heten hier òf “Anna òf Maria … Straks gaan we even het stadje bekijken. Als we hier toch de hele dag vastzitten …
Gelukkig spreek ik Grieks. Ik kan me voorstellen dat een doorsnee toerist die hier voor het eerst komt en van het een naar het ander informatiekantoor wordt gestuurd (zoals ze dat bij mij deden) zich stellig voorneemt om nóóit meer naar Griekenland te gaan. Ik ben het wel een beetje gewend, verhef mijn stem zelfs niet eens. Zo zijn de Grieken, zo zullen ze toch altijd blijven!
Om 18.55 schrijf ik over de voortzetting van onze ‘rampendag’. Ik vertel hoe we op een andere boot dan de Hermes zijn gestapt en dat we pas achter onze fout kwamen toen het schip al los was van de wal.

Leg dat thuis maar eens uit aan vriendinnen die we voorheen als "onoplettend" hadden bestempeld ... 
De boot missen ... niet één maar twee en dan nog dezelfde ook!
De hoofdpurser was heel aardig en liet ons gratis meevaren. Bij de kaartcontrole hield hij ons nauwlettend in de gaten. De controleurs manoeuvreerde hij handig langs ons heen met een smoesje dat hij onze kaartjes al had gezien. De boot – een boemeltje – deed vervolgens als een soort troostronde de havens van Spetses en Poros  aan en zo konden we vanaf het schip toch nog een beetje zien wat we hadden gemist. Een hoop geld armer zaten we niet op een luxe cruiseboot maar op een hard houten bankje. Het kwam toch nog allemaal goed.

Het was een vakantie om nooit te vergeten. De dagen na ons “Island-hoppen” vulde ik met het verkennen van Athene op gympen. Ik bezocht Delphi en ging met grote regelmaat met de bus naar de andere kant van de miljoenenstad. Daar werkte een neef van Annemarie en hij was tennisleraar en in de vroege ochtend sloegen we menig bal voordat de ergste hitte het onmogelijk maakte.

Tijdens mijn wandelingen en zwerftochten door Athene werd ik nog wel eens lastig gevallen door het mannelijk geslacht. Smoesjes of je een kaart in het Engels wilt schrijven en meteen voor koffie worden gevraagd of meer. Ik zat er nooit zo op te wachten en was goed bewapend met Griekstalige afweringstechnieken die ik van Annemarie had geleerd. Meestal was het  voldoende om manvolk weg te sturen. Soms was een smoesje over een ‘vriend’ voldoende, soms wees ik naar een ring aan mijn vinger en dan vertelde ik over mijn zogenaamde ‘man en kinderen’ waarnaar ik onderweg was. Ik lachte dan om hun goedgelovigheid en uitbundige excuses.

Maar één dag werd ik op straat nagezongen terwijl ik in mijn jeans en witte shirt met mijn sporttas over de schouders onderweg was naar de bus om een balletje te slaan met de neef van Annemarie.

Ik verstond niet wat hij zong maar het voelde als een compliment. Ik lachte over mijn schouder en die avond vroeg ik Annemarie om een vertaling. Ik had geen moeite de Griekse woorden te herhalen en vertelde wat hij zong: το σάββατο μπορεις … Annemarie begon te lachen en vertelde dat we er een Nederlandse variant van bestaat … “Kun je zaterdag”?

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen